Overblog Suivre ce blog
Administration Créer mon blog
Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands

"Nederlands is een wereldtaal"

30 Octobre 2010 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #taalbeleid

"Nederlands is een wereldtaal"

In meer dan 100 Brugse uitstalramen zullen eind deze week grote borden met ‘het Nederlands is wonderzoet’ en ‘Brugge, stad van het Nederlands’ te zien zijn. Bedoeling is het grote publiek warm maken voor de Internationale Top van het Nederlands, die de Nederlandse Taalunie organiseert ter gelegenheid van haar dertigjarige bestaan.

Onder het motto ‘Nederlands, wereldtaal’ zullen ministers van Cultuur en Onderwijs zich op 19 en 20 november buigen over de positie van het Nederlands in de wereld. Op voorspraak van Pol Van Den Driessche, CD&V-senator en voorzitter van het Brugse 11 Juli-Komitee (sic), vindt de samenkomst in Brugge plaats.

Is Engels als onderwijstaal een bedreiging voor het Nederlands? Wat is de invloed van onze taal op andere talen? Het komt allemaal aan bod op de top. ‘Maar het mag niet alleen een stijf gedoe voor academici worden’, zegt Van Den Driessche. ‘We maken het toegankelijk voor iedereen, met onder meer optredens van Eva De Roovere en Otto Jan Ham van Studio Brussel, en op 6 november is er een heuse culturele ontdekkingstocht door Brugge. De deelnemers passeren verscheidene locaties die een band hebben met het Nederlands en zullen ogen en oren moeten openhouden. Acteurs geven hier en daar tips, en ook de beiaard zit mee in het complot. Bovendien valt er een reis naar Zuid-Afrika te winnen.’

Van Den Driessche eist respect voor het Nederlands, ook van de toeristen. ‘Wij leren toch ook enkele woorden van de plaatselijke taal als wij op reis gaan. Waarom zij dan niet? Vandaar dat de aankondigingsborden in twintig talen zijn opgesteld.’ Maar Nederlands een wereldtaal? Maakt hij zich geen illusies? ‘Nederlands is geen lokale stammentaal. We zijn de zevende taal in Europa. Zo’n 14.000 Nederlandse woorden zijn in andere talen doorgedrongen. En toch zijn wij niet trots. Ik maak me zorgen om de taalevolutie als ik sms’jes lees of turbotaal hoor. Maar ook als ik weer eens een scriptie krijg die geschreven is in een taal die wel enige gelijkenis met het Nederlands vertoont maar zo slordig is geschreven dat het pijn doet.’ Guido Gezelle had het nog zo gezegd: ‘De Vlaamse taal is wonderzoet, voor wie haar geen geweld aandoet.’

Ann-Sofie Dekeyser

Bron : Knack, 29 october 2010.

Lire la suite

Les nouveaux Flamands et la langue

28 Octobre 2010 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #dialecten

Les nouveaux Flamands et la langue

Issus de l’immigration, ils apprennent un néerlandais châtié qui ne leur sert pas pour leur intégration sociale.

Trente-cinq mille personnes - la plupart d’entre elles issues de l’immigration - suivent des cours de néerlandais à la Maison du néerlandais à Bruxelles. C’est un record. Mais certains, même des experts du multiculturalisme, se demandent si la connaissance approfondie du néerlandais officiel les aidera à s’intégrer.

La Flandre connaît une situation paradoxale : après des décennies de lutte pour la reconnaissance de "l’ABN" (Algemeen Beschaafd Nederlands) comme langue de culture, on émet des doutes sur l’efficacité des cours de néerlandais comme instrument d’intégration sociale. L’ambition de s’intégrer au maximum est une motivation importante des "nouveaux Flamands" originaires d’Afrique, d’Europe Centrale ou d’autres régions du monde, et ils sont désireux de maîtriser le néerlandais de façon exemplaire. Mais avec leur néerlandais châtié, ils se heurtent souvent à un mur infranchissable.

A la base de leur nouvelle exclusion, ils découvrent la force indestructible des dialectes flamands. Après des décennies de mépris pour le langage populaire, la remontée des patois est indéniable en Flandre. A Bruges, celui qui sort son meilleur néerlandais pour demander une information, risque de recevoir une réponse totalement incompréhensible, y compris pour un Flamand n’habitant pas la région. Les protagonistes des séries populaires télévisées utilisent de nos jours un "flamand" teinté de dialecte.

Dans l’enseignement néerlandophone, les professeurs, y compris ceux de la langue de Vondel, acceptent un laisser-aller linguistique. Le succès du théâtre dialectal bruxellois flamand confirme une tendance qui se manifeste également dans le monde de la chanson. En Flandre, on écoute du hip-hop en dialecte. Plusieurs jeunes chanteurs pop s’expriment dans leur langue régionale.

Sur le plan de l’intégration, cette évolution est carrément néfaste. Ce constat tombe au moment même où la chancelière allemande Angela Merkel admet que l’intégration multiculturelle a échoué. Au niveau de l’intégration linguistique, les conclusions sont identiques en Flandre. Le directeur du centre pour la diversité de Gand, Piet Van Avermaet, vient de lancer un appel pour réorganiser fondamentalement l’enseignement des langues pour les nouveaux arrivants. Il donne l’exemple d’un jeune Mauricien qui a appris à parler le néerlandais de façon exemplaire. Le jour où cet ambitieux jeune homme a voulu accepter l’offre du VDAB de travailler comme membre de l’équipage d’un bateau de pêche à Ostende, ce nouveau Flamand a dû constater que, dans la pratique, il lui était impossible de fonctionner au sein de l’équipe de pêcheurs. Toute communication se déroulait dans un dialecte ostendais totalement incompréhensible pour le nouveau venu.

Sur le plan de la sécurité à bord du bateau, le problème était insurmontable. Selon Piet Van Avermaet, il serait plus utile de prévoir un apprentissage linguistique de base et d’envoyer au plus vite les nouveaux Flamands dans un lieu de travail où un moniteur leur apprendrait sur le terrain la langue utilisée par l’entourage professionnel, en même temps que les us et coutumes du cru.

A Bruges, le centre d’éducation permanente est allé encore plus loin. On y donne des cours officiels de dialecte brugeois, parfois suivis par des immigrants qui résident depuis plusieurs décennies dans la Venise du Nord. Une Brugeoise originaire des Philippines raconte qu’elle parle l’ABN avec son mari, mais qu’elle se sent obligée d’apprendre le dialecte pour éviter l’exclusion de la famille ou du cercle d’amis. Dans un monde globalisé, la culture strictement locale semble revendiquer ses droits. On pourrait voir dans ce repli sur soi communicatif, une autre réponse à cette même pression mondialiste, à l’origine de la poussée nationaliste dans diverses régions de l’Europe.

Source : La Libre Belgique, 27 octobre 2010.

Lire la suite

Pleidooi tegen meer verengelsing

26 Octobre 2010 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #taalbeleid

Pleidooi tegen meer verengelsing

Meer Engels in het Vlaamse hoger onderwijs zal leiden tot een verschraling van het Nederlands als onderwijstaal, vreest hoogleraar fysica Jos Devreese.

Recent besliste de Vlaamse regering om (met uitzondering van de kunstopleidingen) alle academische opleidingen van de hogescholen over te hevelen naar de universiteiten. Die gelegenheid wordt ook aangegrepen om het taalregime in het hoger onderwijs te versoepelen. Het Nederlands blijft dé onderwijstaal, maar de niet-taalopleidingen zullen ook meer in een andere taal mogen worden gegeven. Concreet: het Engels wordt dan de lingua franca.

Een decreet van 4 april 2003 laat al toe dat voor 10 procent van het programma van een bacheloropleiding (of 18 studiepunten) een andere taal wordt gebruikt. Ook voor een masteropleiding mag dat, als ze binnen dezelfde instelling of provincie ook in het Nederlands wordt aangeboden. De nieuwe regeling trekt het aandeel in een andere onderwijstaal voor een bacheloropleiding op tot 30 studiepunten, en eist nog steeds dat een anderstalige masteropleiding een Nederlandstalige equivalent krijgt, maar dan binnen Vlaanderen.

Dat studenten door deze regeling meer in het Engels les moeten volgen en blokken, stuit op kritiek van Vlaamse academici. Een van hen is Jos Devreese, fysicus en emeritus hoogleraar van de Universiteit Antwerpen en de Technische Universiteit Eindhoven. Hij is ook actief binnen het Verbond van Vlaamse Academici (VVA), maar is daarom niet principieel tegen het gebruik van een andere taal in het hoger onderwijs. 'Zeker niet', zegt Devreese. 'In mijn academische loopbaan heb talrijke internationale onderzoeksprojecten, verenigingen en congressen geleid. Voorts ben ik auteur of medeauteur van honderden wetenschappelijke artikels. Ik weet dus dat in mijn domein het Engels de werktaal is, ook al is het vaak gebroken Engels.'

Een sleutelwoord in de taalregeling van 2003 voor het hoger onderwijs is 'evenwicht'.

Jos Devreese: In de context van internationalisering en mondialisering heeft het decreet van 2003 een goede balans ge-creëerd tussen het principe van het Nederlands als onderwijstaal en het gebruik van andere talen in de opleidingen. Zo merk ik ook dat buitenlandse vorsers in onze onderzoeksgroepen eveneens voor contacten in het Engels zorgen met de studenten in de masteropleidingen. Mijn bezorgdheid is dat een soepeler regeling nadelig zal zijn voor de onderwijstaal Nederlands.

U geeft de voorkeur aan 'meer excellentie in plaats van meer Engels'?

Devreese: De output van ons hoger onderwijs bevestigt die stelling. Vlaamse doctorandi en afgestudeerden komen op internationale congressen en in onderzoeksgroepen in het buitenland na de alumni van Cambridge en Oxford het best uit hun woorden in het Engels. Ze kennen bovendien vaak nog andere talen.

Door het decreet van 2003 komen Vlaamse studenten nu al met het Engels in contact in de bachelor- en masteropleidingen, en dat is heel goed. Ook voor hun proefschriften moeten ze veel Engelstalige bronnen raadplegen. Maar om goede buitenlandse studenten aan te trekken, hoeft dit niet verder uitgebreid te worden. Specialisatie- of master-na-masteropleidingen in het Engels zijn veel geschikter. Ze sluiten aan bij onze wetenschappelijke excellentiecentra, en dragen bij tot een levendige internationale uitwisseling.

Belangrijk is ook de factor diversiteit. In de theoretische fysica, bijvoorbeeld, beschouw ik de afleidingen van de Franse school met Pierre-Simon Laplace en Joseph Louis Lagrange als poëzie. De Duitse school brengt meer doorwrochte bewijsvoeringen. Die veelheid van stijlen is vruchtbaarder voor de wetenschapsontwikkeling dan een beperking tot bijvoorbeeld enkel de Angelsaksische benadering.

Vooral de rectoren van de universiteiten hebben aangedrongen op meer Engels in de opleidingen. De Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) somt drie redenen op: de nood aan vakspecifieke kennis in sommige wetenschapsdomeinen, meer buitenlandse studie-ervaring voor Vlaamse studenten, en de internationale profilering van de Vlaamse universiteiten.

Devreese: Die valabele doelstellingen kunnen ook perfect worden bereikt met het decreet van 2003. En nogmaals: internationale uitstraling kan volgens mij vooral tot stand gebracht worden via specialisatieopleidingen. De aantrekkingskracht voor buitenlandse studenten hangt dan niet alleen af van de onderwijstaal, maar veel meer van de kwaliteit van die opleidingen en de daarmee geassocieerde excellentiecentra.

Op het niveau van de masteropleidingen zal meer Engels daar niet veel toe bijdragen. Uit eigen ervaring weet ik dat de gemiddelde buitenlandse student die zich voor een masterprogramma in Vlaanderen meldt, relatief zwak is en dat ook een opleiding in het Engels dat niet rechtzet. Elders ziet men dat anders. Aan de Technische Universiteit van Berlijn, bijvoorbeeld, wordt aan buitenlandse studenten voor een masteropleiding gevraagd dat ze minstens een passieve kennis van het Duits hebben.

De universiteitsrectoren stuurden erop aan een derde van de bacheloropleidingen in een andere taal te geven, en dat aandeel voor de masteropleidingen op te trekken naar 50 of 100 procent. Een meerderheid in het Vlaams Parlement en ook de Vlaamse regering heeft die ambities toch nog aanzienlijk teruggeschroefd?

Devreese: Desondanks vind ik dat die politieke consensus het evenwicht in het decreet van 2003 onnodig verstoort. Het grootste gevaar is dat de deur op een kier wordt gezet voor steeds meer en uitsluitend Engelstalige masteropleidingen, en dat we naar Nederlandse toestanden verglijden. Een cruciale vraag is of onze universiteiten worden gefinancierd om op de eerste plaats Vlaamse jongeren optimaal of te leiden, of om - ook minder uitmuntende - studenten uit het buitenland aan te trekken.

De geplande versoepeling zal volgens u vooral leiden tot een verschraling van het Nederlands als onderwijstaal?

Devreese: Ja. Als masteropleidingen in het Engels worden gegeven, zullen gespecialiseerde termen, concepten en knowhow in de eigen taal verloren gaan. Het loont dan ook steeds minder de moeite om Nederlandstalige handboeken te maken. Dat zal zich zelfs doorzetten tot op het niveau van het secundair onderwijs.

Denkt u dat Italië, Duitsland of Frankrijk in hun hoger onderwijs niet zullen vasthouden aan de eigen taal? Afstappen van de regeling van 2003 getuigt volgens mij van een Vlaams gebrek aan zelfrespect.

Minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) zegt dat alleen de relevantie voor een opleiding het gebruik van een andere taal kan motiveren. Voor Europees en internationaal recht, bijvoorbeeld, is het Engels aangewezen, maar niet voor wie hier advocaat aan de balie wil worden. Smet zegt dat het Vlaamse hoger onderwijs niet mag doorslaan zoals in Nederland.

Devreese: Ik hoor het hem graag zeggen, want ongeveer 90 procent van de afgestudeerden van de Vlaamse universiteiten en hogescholen heeft een loopbaan in Vlaanderen.

In Nederland verlopen naar schatting al 20 à 30 procent van alle hogere opleidingen in het Engels. In Vlaanderen is dat 2 à 3 procent, en in Frankrijk nog minder. Een taal kent veel subtiliteiten en nuances. Dat sijpelt door in het onderwijs. Opleidingen in een andere taal resulteren bijna altijd in kwaliteitsverlies op drie vlakken. Veel docenten beheersen het Engels zelf onvoldoende. Vlaamse studenten krijgen het moeilijker om de leerstof goed op te nemen. En zoals gezegd zijn te veel buitenlandse studenten die zich bij ons voor een masteropleiding inschrijven relatief zwak.

Frank Fleerackers, decaan van de rechtenfaculteit van de Hogeschool-Universiteit Brussel en VVA-voorzitter, waarschuwt dat achttienjarigen kunnen struikelen door een 'dubbele taalsprong': ze moeten het vakjargon van een opleiding leren en dat tegelijk in het Engels doen.

Devreese: Zijn bekommernis is heel terecht.

De versoepeling van het decreet van 2003 komt er net op een moment dat de N-VA deel uitmaakt van de Vlaamse regering. Betreurt u dat?

Devreese: Mijn kritische houding is louter cultureel geïnspireerd. Ze staat los politieke strekkingen of partijen.

Maar u vindt wel dat de Vlaamse regering op haar stappen moet terugkeren?

Devreese: Uit debatten met verantwoordelijken van het hoger onderwijs en de bedrijfswereld heb ik geleerd dat de standpunten niet zo ver uit elkaar liggen als het gaat over het belang van het Nederlands als onderwijstaal en van het evenwicht dat er moet zijn wanneer voor opleidingen ook een andere taal wordt gebruikt. Maar de voorgestelde versoepeling dreigt vooral een hefboom te worden voor een verregaande en moeilijk omkeerbare verengelsing van het Vlaamse hoger onderwijs. Daarom pleit ik voor het behoud van het decreet van 2003. Misschien vinden sommigen dat conservatief. Maar als iets goed is, moet je het niet veranderen.

DOOR PATRICK MARTENS

Bron : Knack, 25 augustus 2010.

Lire la suite

A l'école « De Taalkoffer », les petits Wallons ne s'expriment qu'en néerlandais

10 Octobre 2010 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #apprentissage

A l'école « De Taalkoffer », les petits Wallons ne s'expriment qu'en néerlandais

« De Taalkoffer. » Ça se prononce un peu comme ça se tousse, ça a l'air fumeux, c'est du belge. Du flamand s'entend. Traduit littéralement, ça signifie la valise linguistique et c'est le nom d'une école de Comines. Un établissement où les petits Wallons ne s'expriment qu'en néerlandais. Pour le plus grand bonheur de parents qui, généralement, ne parlent qu'une seule langue.

« Op de speelplaats mag je geen frans spreken. » Axel, né à Nantes et âgé de neuf ans, est au tableau. Ce qu'il trace à la craie n'a rien d'anodin. En français dans le texte, ça donne : « Dans la cour de récréation, je ne parle pas français. » Règlement, règlement, jugulaire, jugulaire. À l'école flamande de Comines (B), on ne badine pas avec la langue de Voltaire. L'usage intempestif du français peut être source de punition.

Tom Vandermeulen, le directeur de De Taalkoffer, assume. L'écrasante majorité des 65 enfants scolarisés dans son établissement est francophone. Sa mission à lui (et il l'a acceptée), c'est de fabriquer de parfaits bilingues avec des Wallons et quelques Français. « Pour trouver du travail, on demande des gens bilingues. » C'est que Comines est un peu à la Flandre ce que le village d'Astérix est à l'Armorique : une enclave. Mis à part la France toute proche, les Cominois belges sont cernés. Ils jettent un caillou, c'est en Flandre. Le travail, on va plutôt le chercher du côté d'Ypres et à Ypres, on vous parle flamand. Le français, c'est juste quand vous êtes très, très poli. D'où l'intérêt d'apprendre le flamand dans la seule école néerlandophone de Comines.

Une école qui a eu une histoire mouvementée. Trop symbolique question histoire et géographie pour éviter les calculs politiques. À sa création en 1980, elle est bombardée de tomates par des francophones visiblement agacés de voir s'installer un tout petit bout de Flandre dans leur petit bout de Wallonie. Vingt ans après son chaotique lancement, même si les légumes et les fruits sont plutôt au menu de la cantine que sur la façade, l'école dessine encore une mini-frontière.

Tous les enseignants sont des Flamands. Les parents et les élèves sont des francophones. À 15 h 30, dans le très international ballet de voitures de la sortie des cours, la maman de Louane a un lapsus révélateur. En désignant l'école du pouce, elle lance : « On mange bien chez les Flamands. »

Abîme d'ignorance

Chez les Flamands donc, on apprend aussi à maîtriser le néerlandais. Durant la récréation, l'interdiction de parler français a exceptionnellement été levée, présence d'un journaliste francophone oblige. « Spreek je geen vlaams ? », « Tu ne parles pas flamand ? », s'étonne un bonhomme haut comme trois pommes avant de se marrer devant un tel abîme d'ignorance.

Dans les classes, les cours se font quasiment uniquement en flamand. Tout juste si de temps à autre, un mot français vient à la rescousse des petits francophones les plus largués. Julio, cinq ans, triture nerveusement son pantalon : « Ma maman m'apprend le flamand mais mon papa, il ne parle que français et portugais. À l'école, c'est très dur. Je ne comprends pas ce que dit la maîtresse. » Interrogée à ce sujet, la prof en question, Vanja Vanbecelaere, rassure : « Revenez dans un an et vous verrez comment Julio parle. » Dans quel pays Julio maîtrisera-t-il les deux langues ? Enfants et professeurs sont partagés. Hier, on a appris que la crise politique en Belgique s'est encore amplifiée. Le principal parti flamand, les indépendantistes de la N-VA, a décrété l'échec des négociations menées depuis trois mois sur la formation d'un gouvernement fédéral et demandé de « recommencer à zéro. » « Cette histoire se termine (...) arrêtons de patauger », a déclaré le président de la Nouvelle Alliance flamande, Bart De Wever, à propos des négociations à sept partis néerlandophones et francophones, en cours depuis juillet.

Visiblement, il y a encore de la friture sur la ligne entre les politiques flamands et leurs collègues wallons. Le début de la fin pour la Belgique ? Pas certain. « On a tous de la famille des deux côtés de la frontière linguistique », explique Éveline, Wallonne et à la fois conductrice de bus, cuisinière et femme de ménage de l'école. « Et on a Jacques Brel », ajoute un directeur qui pourrait bien être puni. Parce qu'on ne parle pas français dans la cour de recréation.

Source : La Voix du Nord, 5 octobre 2010.

Lire la suite