Overblog Suivre ce blog
Administration Créer mon blog
Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands

Volgens onderzoekers aan de Universiteit van Amsterdam dreigt het lidwoord 'het' uit de Nederlandse taal te verdwijnen

24 Novembre 2011 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #nederlandse taal

Volgens onderzoekers aan de Universiteit van Amsterdam dreigt het lidwoord 'het' uit de Nederlandse taal te verdwijnen

Volgens onderzoekers aan de Universiteit van Amsterdam dreigt het lidwoord 'het' uit de Nederlandse taal te verdwijnen. Voor taalkundigen een logische evolutie, voor taalliefhebbers schrijnende verloedering. Maar zouden we er iets aan kunnen doen? Kunnen we 'het' eigenlijk redden? Knack ondernam een poging.

Op het eerste gezicht is 'het' behoorlijk onvervangbaar in onze moedertaal. 'Het' lijkt een van die woorden die eeuwig blijven bestaan. Niet vanwege zijn poëtische weerklank of melancholische connotatie. Gewoon omdat je het zo vaak gebruikt.

En toch is 'het' wel degelijk een probleemgeval binnen de Nederlandse taal. 'Voor kinderen die Nederlands als moedertaal leren, duurt het erg lang voor ze het woord correct gebruiken', zegt Fred Weerman, professor Nederlandse taalkunde aan de Universiteit van Amsterdam. 'Voor niet-moedertaalsprekers is het zelfs nagenoeg onmogelijk om aan te voelen wanneer je 'het' of 'de' moet gebruiken.'

'Het' is om verschillende redenen moeilijk. Eerst en vooral is het eigenlijk een uitzondering. Slechts 25 procent van de zelfstandige naamwoorden in het Nederlands is onzijdig. Bovendien krijgen onzijdige woorden in het meervoud het lidwoord 'de'. Leenwoorden die aan het Nederlands toegevoegd worden, nemen bijna uitsluitend 'de'. De meeste Nederlandse woorden hebben bovendien geen uiterlijke kenmerken die het genus - het taalkundige geslacht - aanduiden. In talen als het Spaans of het Frans herkennen sprekers dat genus vaak aan het woordeinde. Dat is in het Nederlands doorgaans onmogelijk.

Het is natuurlijk niet zo dat 'het' plotseling afgeschaft zou worden. Als 'het' vandaag de dag in de verdrukking komt, is dat het resultaat van een lang proces. 'Nederlands zit in een afbouwstadium waarbij het woordgeslacht stilaan uit de taal verdwijnt', zegt Weerman. 'Veel Nederlanders vinden het daardoor nu al moeilijk uit te maken of een woord mannelijk of vrouwelijk is. Bij een woord als 'vrouw' lukt dat nog wel, maar bij 'stoel' hebben de meeste Nederlanders geen idee.'

En toch hopen we bij Knack dat 'het' nog te redden is. Uit principe, uit conservatisme, uit melancholie. Desnoods uit taalnijd. En gewoon omdat ons buikgevoel zegt dat het eigenlijk niet hoort. Wonen Antwerpenaren binnenkort in 'de' stad? Wordt Stephen Kings horrorklassieker It weldra vertaald met De? We mogen er niet aan denken. Vandaar dus, een reddingspoging.

Het IJslands model

Als we onszelf niet voor taalverloedering kunnen behoeden, kunnen we nog steeds de hulp inroepen van de Nederlandse Taalunie, het orgaan dat met argusogen waakt over het correcte taalgebruik. Al is het zeker geen taalpolitie, nuanceert Rik Schutz, projectleider bij de Taalunie. 'We kunnen mensen enkel adviseren over hoe ze hun taal correct moeten gebruiken. Zo proberen we te verhinderen dat ze fouten maken die storend zijn voor anderen. Zolang sprekers snappen waarom wij die foutieve vormen afkeuren, blijven we de norm verdedigen. Maar eens je mensen niet meer kunt uitleggen waarom die bepaalde vorm fout is, kunnen we niet anders dan ook die 'foute' vorm toe te laten.'

De invloed van taalregulerende organen heeft nog meer invloed, stelt Klaas Willems, professor algemene taalwetenschap aan de Universiteit Gent. 'Als zo'n organisatie een grammatica opstelt, heeft dat via het onderwijs ontegensprekelijk een invloed. Ook woordenboekuitgevers hebben een vergelijkbare impact. Zolang woorden- boeken 'de' en 'het' onderscheiden, zal 'het' niet zo snel verdwijnen.'

Een van de invloedrijkste taalacademies ter wereld is het Árni Magnússoninstituut, voor de IJslandse taal. 'Sprekers van het IJslands hechten bijzonder aan de zuiverheid van hun taal', zegt Willems. 'IJslands evolueert in vergelijking met de andere Germaanse talen zeer traag. Het heeft nog steeds naamvallen en woordgeslachten. Engelse leenwoorden worden geweerd en vervangen door purismen. Daardoor kunnen IJslanders zonder probleem duizend jaar oude teksten lezen.' Al voegt hij eraan toe dat het IJslands tegenwoordig toch steeds vaker leenwoorden incorporeert.

Spraakmakers

De taalgemeenschap heeft uiteindelijk wel altijd het laatste woord, zeggen specialisten in koor. 'Toen de Académie française in 1635 werd opgericht, was de taalgemeenschap onmondig', zegt Piet Desmet, professor Franse taalkunde aan de K.U.Leuven. 'Er was maar één normerende instantie. Maar als je vandaag wilt weten hoe je correct Nederlands spreekt, luister je naar Martine Tanghe, niet naar de Taalunie.'

'Elke taalgemeenschap heeft trendsetters', vervolgt Desmet. 'Zulke 'spraakmakers' baseren zich vaak op wat taalorganen voorschrijven, maar volgen die nooit helemaal. Zolang men in televisiejournaals 'het' en 'de' blijft onderscheiden, zal 'het' dus nooit uit de taal verdwijnen.' Als we die spraakmakende gemeenschap - desnoods met geweld - dwingen om 'het' te blijven gebruiken, hoeft het onzijdig lidwoord nooit te verdwijnen.

Al is lang niet iedereen overtuigd van de invloed van die spraakmakers. 'Zulke trendsetters hebben eigenlijk enkel invloed op standaardtaal', zegt Marc van Oostendorp, hoogleraar variatielinguïstiek aan de Universiteit Leiden. 'Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat media amper invloed hebben op hoe mensen spreken. Je past je taal enkel aan als je ook kunt antwoorden. Dat is bij media niet het geval.' Als Martine Tanghe 'het' van de ondergang wil redden, zal ze dus met nagenoeg alle Nederlandstaligen minstens wekelijks persoonlijk in gesprek moeten treden. Wat zelfs voor ervaren nieuwsankers een brug te ver is.

Grenzen dicht

Op taalorganen en trendsetters moeten we dus niet rekenen als we ons geliefde lidwoord van de ondergang willen redden. Daarom is het misschien interessanter om de oorzaken van de taalverandering te neutraliseren. Volgens het onderzoek van Weerman hebben niet-moedertaalsprekers een grote invloed op hoe een taal evolueert. 'Hoe meer mensen een taal op late leeftijd leren, des te meer zal de taal veranderen', beweert hij.

Dat lijkt bijzonder paradoxaal. Alsof een volleerd pianospeler pianolessen van een violist zou nemen, en daardoor slechter piano gaat spelen. Toch is het niet ongewoon dat niet-moedertaalsprekers een taal grondig dooreenschudden. Zo is Latijn onder invloed van anderstaligen geëvolueerd naar moderne talen zoals het Frans, het Spaans of het Roemeens.

'Een veranderingsproces duurt verschillende generaties', verklaart Van Oostendorp. 'Daardoor is de invloed van anderstaligen eerder indirect. Wanneer kinderen een taal leren, leren ze die nooit op exact dezelfde manier als hun ouders. Als kind hoor je volwassenen een taal spreken, maar je moet zelf maar afleiden hoe die grammatica ineenzit. Als kinderen dan vaker 'de' dan 'het' horen, is het ook logisch dat ze 'het' minder gaan gebruiken, tot op het punt dat er een generatie komt die het zelfs helemaal niet meer gebruikt.'

De oplossing lijkt dus eenvoudig. Barricadeer de grenzen en verbied niet-Nederlandstaligen om Nederlands te leren. Het is exact het tegenovergestelde van wat elke politieke partij eist en neigt naar het fascistoïde, maar om 'het' te redden lijkt het stilaan tijd voor de grove middelen. Maar zelfs dan, betoogt Van Oostendorp, is ons geliefde lidwoord nog niet veilig. 'Met zulke absurde maatregelen kun je de verandering hoogstens inperken', vervolgt hij. 'Zelfs in geïsoleerde omstandigheden kun je niet voorspellen hoe taal verder zal veranderen.'

'Het' is hip

Er is immers geen eenduidige reden waarom sprekers bepaalde veranderingen overnemen. Al is de motivatie vaak sociaal. Sprekers proberen zich door hun taalgebruik te associëren met een bepaalde sociale groep. 'Groepen die het taalgebruik beïnvloeden, hebben altijd een zeker prestige', zegt Van Oostendorp. 'Het is doorgaans zo dat hogere sociale klassen meer invloed hebben dan lagere sociale niveaus.'

Als we 'het' dus op een of andere manier elitair kunnen maken, zou het wel eens opnieuw meer ingang kunnen vinden. Alleen, hoe maak je een woord in godsnaam elitair of aantrekkelijk? Bovendien zou het waarschijnlijk maar een beperkt effect hebben. 'Je zou 'het' wel even een soort modewoord kunnen maken', meent Van Oostendorp. 'Maar dat zou je dan minstens tweehonderd jaar moeten volhouden. En dat zie ik niet meteen gebeuren.'

Taalpurist zijn, het is een snelweg naar existentiële radeloosheid. Al barricaderen we de grenzen, al kopen we het voltallige Nederlandstalige mediakorps om, al slaan we onze scholieren met bibliotheken om de oren, taal blijft behoorlijk oncontroleerbaar. Eigenlijk is 'het' dus reddeloos verloren. Het is een van de gruwelijkste wetten van de taalkunde: als genoeg sprekers dezelfde taalfout maken, is het geen taalfout meer.

Maar zolang 'het' nog bestaat, hoeven taalpuristen te lande de strijd niet op te geven. Of zoals Weerman het verwoordt: 'Zodra het verdwijnen van 'het' in de publiciteit geraakt, bestaat de kans dat mensen er in formeel taalgebruik op gaan letten. Een artikel helpt eigenlijk 'het' te bewaren.' Aan Knack zal het dus niet gelegen hebben.

Een vormexperiment

Om al even aan het idee te wennen, een klein vormexperiment. De eerste regels van het eerste hoofdstuk van Genesis, zonder 'het'.

1 In de begin schiep God de hemel en de aarde. 2 De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over de water. 3 God zei: 'Er moet licht komen,' en er was licht. 4 God zag dat de licht goed was, en hij scheidde de licht van de duisternis.

Door Jeroen Zuallaert

Bron : Knack, 23 november 2011.

Lire la suite

Comment Bailleul est devenue la capitale du néerlandais

14 Novembre 2011 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #apprentissage

Comment Bailleul est devenue la capitale du néerlandais

Ouverte en 1999, la Maison du néerlandais est devenue en dix ans un centre incontournable d'apprentissage de cette langue pour toute la région. La hausse des adhésions montre qu'une demande existe bien.

Bailleul, ville de 13 000 habitants, est depuis 2008 une capitale, qui rayonne sur tout le département du Nord. Cette vieille ville flamande située à 20 km au nord-est de Lille constitue un passage quasi obligé pour les Nordistes, de plus en plus nombreux, qui souhaitent apprendre le néerlandais. De Lille à Dunkerque, l'association « La Maison du néerlandais » avec ses onze professeurs propose une vingtaine de cours du soir, ainsi que des stages intensifs pendant les vacances.

Mais « waarom » (pourquoi) Bailleul ? « En avril 1999, l'ancien maire Jean Delobel souhaitait apporter la langue et la culture néerlandaises aux gens d'ici, pour leur permettre de travailler en Belgique » se souvient Sandrine Bernard. La Maison du néerlandais, dont elle est aujourd'hui l'unique permanente, est alors créée.

« La question s'est posée : pourquoi pas dans les écoles ? Grâce à l'inspecteur d'académie Kooijman, il y a maintenant du néerlandais dans les écoles de la ville, de la grande section de maternelle jusqu'en CM2 » ajoute Sandrine Bernard.

400 adhérents en 2011

La dernière étape : en 2008, la Maison du néerlandais « reprend les cours assurés par le KFV », une association belge « qui était présente depuis soixante ans » dans la région, explique la responsable. De nouveau avec l'aide de la mairie, qui prête les locaux de la Maison.

Avec ses 400 adhérents venant de toute la région, l'association enregistre une demande en progression. « La première raison d'apprendre le néerlandais reste le travail » estime Sandrine Bernard. « Il y a des gens déjà en poste en Belgique, qui souhaitent évoluer, et d'autres qui sont en recherche d'emploi de l'autre côté de la frontière » ajoute-t-elle. Viennent aussi des étudiants qui veulent améliorer leur conversation.

Et au moins une grand-mère : Micheline Faucompré, de Steenvorde, dite Mimi, vient chaque semaine à la médiathèque de la Maison. Dans un but familial : « Astrid, ma petite-fille de 6 ans, a une maman flamande. Ça me manque de ne pas pouvoir avoir de véritable conversation avec elle » explique Mimi. Son programme du jour : réviser le nom des couleurs grâce à un CD-Rom.

Charles Montmasson

Source : Nord Eclair

De vertaling in Nederlands http://fvlinhetnederlands.actieforum.com/t176p45-het-huis-van-het-nederlands

Lire la suite