Overblog Suivre ce blog
Administration Créer mon blog
Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands

Het Vlaams groeit aan elkaar

28 Avril 2013 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #nederlandse taal

Het Vlaams groeit aan elkaar

Als het artikel (1) dat Sarah van Hoof deze maand publiceert in het tijdschrift Nederlandse Taalkunde representatief is voor haar proefschrift, belooft dat een spannend, om niet te zeggen: verontrustend boek te worden.

(Het artikel heet Feit en fictie en haar proefschrift heet ook zo, dus ik neem aan dat het een samenvatting is van het ander. Maar het is dan een beetje vreemd dat ze dit artikel samen met haar collega Bram Vandekerckhove geschreven heeft én dat het proefschrift helemaal niet in de bibliografie genoemd is.)

Afijn, dat is allemaal natuurlijk niet verbazingwekkend. Maar vreemd en verontrustend is wel wat Van Hoof en Vandekerckhove in dit artikel beschrijven: dat er in Vlaamse tv-series steeds meer tussentaal wordt gebruikt, en steeds minder dialect én steeds minder standaardtaal.

Tussentaal is de naam voor het taalgebruik tussen dialect en Standaard Nederlands in dat in het dagelijks leven in Vlaanderen steeds meer gebruikt wordt. Van Hoof en Vandekerckhove laten zien dat dit ook voor tv-fictie: waar in de jaren tachtig op de Vlaamse tv ofwel standaardtaal gesproken werd ófwel dialect, worden allebei die uiteinden van het spectrum steeds minder gebruikt, ten gunste van de tussentaal.

Het onderzoek van de twee Antwerpenaren lijkt me onberispelijk: het is gebaseerd op het eindeloos turven van allerlei taalkenmerken in tv-series als De burgemeester van Veurne, Met voorbedachten rade, Slisse en Cesar en Van vlees en bloed.

Veel Vlaamse intellectuelen en politici verzetten zich al heel lang – en dus vergeefs – tegen tussentaal. De parlementariër Wilfried Vandaele (N-VA) noemde het bijvoorbeeld twee jaar geleden een 'kunstmatig taaltje (..) dat geen enkele reden van bestaan heeft'. Dat is laten we zeggen wetenschappelijk een weinig onderbouwde stelling: er is geen enkele reden om tussentaal minder 'natuurlijk' te noemen dan pakweg de standaardtaal en dat het reden van bestaan heeft, blijkt wel uit de voortdurende groei in het gebruik ervan.

Toch vond ik eerst iets verontrustends aan dat aan elkaar groeien: er is daardoor kennelijk steeds minder variatie te horen op de Vlaamse televisie. Iedereen begint steeds ééntaliger te worden, of eigenlijk tweetalig (omdat men ook nog Engels spreekt), met uitsluiting van allerlei andere variëteiten. Wie een beetje anders spreekt dan het gemiddelde wordt dan niet meer begrepen en niet meer ondertiteld.

Ik heb al eerder op Neder-L geschreven over die trend (bijvoorbeeld hier en hier). Hij is ook niet beperkt tot het Nederlandse taalgebied. Ik weet dat de Denen langzamerhand ook aan het convergeren zijn naar het Kopenhaagse dialect en het Engels en steeds meer moeite hebben om bijvoorbeeld andere Scandinavische dialecten te verstaan.

Maar ja, je kunt daar verontrust over zijn, en tegelijkertijd valt er weinig aan te doen. Het is misschien eigenlijk ook wel interessanter om na te denken over de vraag waar deze trend eigenlijk vandaan komt. Hoe komt het dat we in Europa onze blik steeds verder vernauwen met één soort taal voor in eigen land en één taal voor over de grenzen? Dat mensen steeds minder bereid zijn om zelfs maar passief een taal tot zich te nemen die een klein beetje anders is?

Heeft het misschien iets te maken met het effect dat de nieuwe media ook schijnen te hebben op opinievorming? Hoewel op internet eigenlijk iedere denkbare mening te vinden is, moedigt het tegelijkertijd mensen aan zich vooral in eigen kring te gaan begeven? Dat is dan in zekere zin begonnen met het uitbreiden van het aantal tv-kanalen. Toen Nederland en Vlaanderen commerciële tv kregen, kregen we bijvoorbeeld over en weer minder behoefte elkaars programma's te bekijken.

Terwijl de wereld op alle mogelijke manieren via tablets de wereld binnenkomt, maken we een steeds beperktere keuze uit het aanbod. Zou dat het zijn?

[1] Sarah Van Hoof & Bram Vandekerckhove, Feiten en fictie, Taalvariatie in Vlaamse televisiereeksen vroeger en nu

http://www.clips.ua.ac.be/sites/default/files/van_hoof_vandekerckhove_nt_2012.pdf

Marc van Oostendorp.

Marc van Oostendorp is senior-onderzoeker op het Meertens Instituut en hoogleraar Fonologische Microvariatie aan de Universiteit Leiden (en voorzitter van de onderzoeksmaster taalkunde aldaar).Hij heeft een wekelijkse rubriek over taal op Radio Noord-Holland, verzorg de gratis nieuwsbrief Taalpost en schrijf over taal voor onder andere Onze Taal en Sargasso. Op Neder-L, het elektronisch tijdschrift voor neerlandistiek heb ik een bijna dagelijkse column.

Bron : http://nederl.blogspot.nl/

Lire la suite

Quelques nouvelles sur l'initiative pour le néerlandais

19 Avril 2013 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #réseau IN netwerk

Quelques nouvelles sur l'initiative pour le néerlandais

Chers amis du néerlandais de l'Eurométropole Lille-Kortrijk-Tournai et ... au delà,

Nous allons ici vous rappeler brièvement l'origine de notre initiative et ce que nous avons entrepris depuis un an maintenant après accord sur la démarche proposée d'avril 2012.

Cet article ne dévoile qu'en partie notre diagnostic et les pistes de solutions que nous proposons. Ceci constitue l'objet d'un rapport qui sera présenté en assemblée plénière du Forum de l'Eurométropole en juin 2013 prochain.

Bref historique : Cette initiative succède aux travaux préliminaires de la COPIT (projet Grootstad) (1990-2006) et aux analyses, réflexions et propositions du groupe Transfrontalia (2005-2010) : se connaître, se comprendre se parler dans l'Eurométropole Lille-Kortrijk-Tournai. Un projet a été déposé auprès du fonds européen INTERREG. Mais sans succès. Voici le lien du rapport du groupe Transfrontalia :

http://www.lillemetropole.fr:8030/service/webeditor/fckeditor_2.0/editor/gallery_files/site/83863/146122.pdf

Un groupe de travail a été mis en place en relation avec une note de cadrage expliquant sa démarche en mars 2012 se focalisant essentiellement sur la situation de l'apprentissage du néerlandais pour adultes dans les 3 secteurs français(F), flamand (VL) et wallon (W) de l'Eurométropole.

Le diagnostic : La volonté a été de réaliser des entretiens avec l'ensemble des parties prenantes selon la méthode connue en sciences sociales des entretiens semi-directifs. 30 entretiens ont été réalisé entre aout 2012 et mars 2013 de 1h 30 à 2 h chacun. Grâce à celui-ci, des problèmes imbriqués ont été mis en évidence et des pistes de solution identifiées. En préalable, une base documentaire informatisée a été mise en place pour donner accès aux travaux antérieurs : rapports, articles de presse ou de revues scientifiques. En outre, un blog/site expérimental que vous avez sous les yeux a été créé, sans attendre, pour rassembler et diffuser l'information concernant les possibilités offertes d'apprentissage du néerlandais dans les différents territoires de l'Eurométropole.

Les points-clés du diagnostic :

  • Des motivations pour apprendre le néerlandais très différentes selon les 3 régions : globalement on apprend plus par contrainte emploi/carrière/acquisition citoyenneté que par désir et plaisir...
  • Des organismes de formation avec une tutelle claire en VL et W, mais obscure, inefficace car plurielle en F.
  • Une absence de coopération / mutualisation de moyens entre les organismes de formation d'une même région et entre les régions
  • Une logique dominante de gestion équilibrée / de production de cours ... mais non de réussite ou de service public (continuité des cours non garantie d'une année à l'autre) à de très rares exceptions
  • Des offres de formation relativement cadrées et normalisées en volume horaire total et horaire hebdomadaire en VL et en W mais très disparates et qui interrogent en F vue la maigreur du volume horaire quelquefois proposé (30 heures /an). En effet en VL et W, il existe des dispositions ("circulaires") cadrant les volumes horaires proposés, le niveau visé en fin de cours en relation avec le Cadre Européen Commun de Référence pour les Langues (CECRL) Voir en particulier : en 2010, la circulaire n°3374 https://www.box.com/s/ughaibmtfn2ymv2g9lb1 et en 2013, la circulaire n°4247, https://www.box.com/s/pcwzx5gs7p5x31n389xg
  • Des enseignants/formateurs employés dans ces organismes avec des contrats précaires et peu rémunérés ; les enseignants et formateurs circulent d'un établissement à l'autre... avec pour conséquence, peu/pas de temps pour des échanges d'expérience entre profs ou du perfectionnement individuel.
  • Des apprenants qui doivent résister à la démotivation induite par les abandons nombreux en 1ère année et par des conditions pédagogiques médiocres : groupes trop nombreux, hétérogénéité de niveau, non continuité assurée d'une année à l'autre de l'offre de cours.
  • Un environnement peu favorable pour poursuivre au delà des cours: non-accessibilité à la presse, aux médias, livres, CD/DVD néerlandophones sauf en VL. Avec la diffusion de la télévision par ADSL à haut débit, on constate qu'on ne peut plus recevoir la télévision des voisins de l'autre côté de la frontière !
  • Le néerlandais dans le supérieur : Des incertitudes menaçantes pour l'avenir universitaire du néerlandais, vu le peu d'étudiants inscrits dans les filières LEA ou LCE; cette situation est aggravée par le manque d'étudiants poursuivant en master, puis doctorat.
  • Le néerlandais en primaire et secondaire : Malgré les initiatives volontaristes en primaire, peu d'élèves poursuivent en 1ère ou 2ème langue dans le secondaire en F. En outre, le territoire de la métropole lilloise est inégalement doté en établissements proposant le néerlandais ; idem en W où malgré le succès de l'enseignement primaire en immersion, peu continuent le néerlandais en 1ère langue dans le secondaire.

Quelques pistes d'action en projet :

  • Fédérer tous les acteurs et parties prenantes (sous une forme juridique à définir) au sein d'un réseau porteur pour le développement du néerlandais, de son apprentissage et son usage ; aujourd'hui, toutes les parties prenantes se battent, se "dépatouillent" de manière isolée ;
  • Mettre en place une fondation de soutien (ou un fonds) alimenté par des acteurs publics ou privés des trois régions destiné à pérenniser et à améliorer les actions existantes ou celles qui pourraient être proposées pour l’apprentissage du néerlandais et qui pourrait mener ou soutenir des actions de communication et de promotion du néerlandais des deux côtés de la frontière.
  • Créer un lieu de rencontre, d'accueil, de conseil et de documentation ("Centre du Néerlandais de Lille") où pourraient avoir lieu des animations, conférences-débats, cafés néerlandophones en sus de prêt de livres/CD/DVD et de la possibilité de trouver la presse néerlandophone. Cette maison complètera l'apport d'information offert par le blog/site "Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands".
  • Mettre en place une information/sensibilisation itinérante au néerlandais à destination des parents d'élèves, élèves et grand public (s'inspirer du concept DeutschMobil utilisé pour l'allemand).
  • Réaliser une enquête périodique sur le multilinguisme NL/FR des deux côtés de la frontière linguistique.
  • Cadrer (en s'inspirant des directives en place en Flandre et Wallonie) les offres de formation pour adultes sous forme d'un référentiel et pratiquer une labellisation des offres de formation.

Et maintenant ...

Bien évidemment ces pistes d'action seront évaluées, enrichies en concertation avec tous les acteurs et parties prenantes. D'ores et déjà, nous avons organisé et nous poursuivrons des rencontres exploratoires avec des universitaires, des représentants des enseignants du néerlandais du secondaire, des responsables d'associations culturelles et bien sûr des élus des territoires français, wallons et flamands de l'Eurométropole. Si vous êtes comme nous inquiet pour l'avenir du néerlandais, vue la fragilité de sa situation actuelle, vous avez la possibilité de nous contacter à amisduneerlandais@voila.fr

M.E.

Lire la suite

Fons Trompenaars over globalisering en intercultureel management

12 Avril 2013 , Rédigé par Fons Trompenaars Publié dans #interculturel

Aan de hand van vele voorbeelden zal Trompenaars een aantal dilemma's bespreken waarmee wij regelmatig geconfronteerd worden in en door social media:

Globalisering ("rest of world"-mentaliteit) vs. de multi-local company;
• Onafhankelijkheid (iedereen vindt het wiel opnieuw uit) vs afhankelijkheid (input van experts);
• Collectieve intelligentie (group think) vs. verspreide kennis (complexiteit);
• Realtime (continue afleiding) vs. research (de molensteen van bewijs);
• Transparantie (publieke geheimen) vs. geslotenheid ("for your eyes only").


Social media zorgen ervoor dat we meer en meer worden geconfronteerd met deze dilemma's en de verschillende (culturele) interpretaties ervan. We zullen onszelf dan ook moeten gaan trainen om via 'reconciliation' deze dilemma's te tackelen.

Bron : Emesa Connect 2013

Fons Trompenaars over globalisering en intercultureel management

Alfonsus (Fons) Trompenaars (born 1953) is a Dutch organizational theorist, management consultant, and author in the field of cross-cultural communication known for the development of Trompenaars' model of national culture differences.

Biography: Born in Amsterdam Trompenaars in 1979 received his MA in Economics at the Vrije Universiteit and in 1983 his PhD from the Wharton School of the University of Pennsylvania for the thesis The Organization of Meaning and the Meaning of Organization.
In 1981 Trompenaars started his career at the Royal Dutch Shell Personnel Division, working on job classification and management development. In 1989 together with Charles Hampden-Turner he founded and directed the consultancy firm Centre for International Business Studies, working for such companies as BP, Philips, IBM, Heineken, AMD, Mars, Motorola, General Motors, Merrill Lynch, Johnson & Johnson, Pfizer, ABN AMRO, ING, PepsiCo, Honeywell. In 1998 the company was bought by KPMG and renamed
"'Trompenaars Hampden-Turner.
Trompenaars was awarded the International Professional Practice Area Research Award by the American Society for Training and Development (ASTD) in 1991. Subsequently, In 1999 Business magazine ranked him as one of the top top 5 management consultants next to Michael Porter, Tom Peters and Edward de Bono In 2011, he was voted one of the top 20 HR Most Influential International Thinkers by HR Magazine. In 2011 and 2013 he was ranked in the Thinkers50 of the most influential management thinkers alive Positions - Co-Director at the Servant-Leadership Centre for Research and Education (SLCRE) at the Vrije Universiteit, Amsterdam. - Member of Advisory Board Webster University Leiden. - Distinguished Advisor of Centre for TransCultural Studies at Temasek Polytechnic, Singapore. - International Director at the International Society for Organisational Development. - Faculty member at the Global Institute for Leadership Development (GILD). - Judge of the Fons Trompenaars award for Innovation and Creativity at the Australian Human Resources Institute (AHRI).

Lire la suite

Stimuleren taalomgeving - Comment la ville de Courtrai encourage la pratique du néerlandais

12 Avril 2013 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #taalbeleid

Stimuleren taalomgeving - Comment la ville de Courtrai encourage la pratique du néerlandais

La ville de Courtrai (Kortrijk) mène une politique(1) visant à l'intégration et à la pratique du néerlandais des migrants. Elle utilise toute une gamme de moyens différents : offre de cours de langues en journée et le soir, groupes de conversation, tables de conversation, bibliothèque et Maison du Néerlandais (Huis van het Nederlands) de Flandre Occidentale pour ne donner que quelques exemples. M.E.

Taal is belangrijk voor wie zich thuis wil voelen in de stad. Taal brengt mensen samen. Taal mag geen drempel zijn om te leren, werken, communiceren,...Daarom wil de stad via verschillende projecten van Kortrijk een taalrijke omgeving maken.

- Wil je een overzicht van alle plaatsen in Kortrijk met een informeel en formeel NT2-aanbod (NT2: Nederlands leren als tweede taal)? http://www.kortrijk.be/producten/brochure-nederlands-leren-voor-volwassenen

- Wil je proeven van het bestaande vrijetijdsaanbod van de stad? Ga naar 'Bijt in je vrije tijd'. http://www.kortrijk.be/leven-en-welzijn/samenleving/integratie-en-nieuwkomers/integratie-en-diversiteit/stimuleren-taalomg-3

- Tijdens de Praattafel oefen je je Nederlands. Je praat samen met anderen en er is een professionele begeleider. http://www.kortrijk.be/leven-en-welzijn/samenleving/integratie-en-nieuwkomers/integratie-en-diversiteit/stimuleren-taalomg-1

- Terugbetaling van het inschrijvingsgeld van een cursus Nederlands voor mensen die het financieel moeilijk hebben. http://www.kortrijk.be/leven-en-welzijn/samenleving/integratie-en-nieuwkomers/integratie-en-diversiteit/stimuleren-taalomg-4

- Project Oefen hier je Nederlands http://www.kortrijk.be/leven-en-welzijn/samenleving/integratie-en-nieuwkomers/integratie-en-diversiteit/stimuleren-taalomg-0

- In de bibliotheek is er een aanbod om Nederlands te leren. http://www.kortrijk.be/leven-en-welzijn/samenleving/integratie-en-nieuwkomers/integratie-en-diversiteit/stimuleren-taalomg-5

- Er is een overleg Nederlands tweede taal. http://www.kortrijk.be/leven-en-welzijn/samenleving/integratie-en-nieuwkomers/integratie-en-diversiteit/stimuleren-taalomg-6


(1) Wil je meer weten over het talenplan? Pour en savoir plus sur la politique linguistique de Courtrai : http://www.kortrijk.be/leven-en-welzijn/samenleving/integratie-en-nieuwkomers/integratie-en-diversiteit/stimuleren-taalomg-7

Lire la suite

Het Nederlands is nog lang geen Engels

5 Avril 2013 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #nederlandse taal

Het Nederlands is nog lang geen Engels

Het Nederlands is nog niet dood, en een – al dan niet vijandige – overname door het Engels is niet voor morgen. Maar het cliché van de ‘taalzuivere’ Vlaming en de Engelsminnende Nederlander kan wel opgeborgen worden. “De Vlaming is zijn puristische reflex zo goed als kwijt”, stelt taalkundige Eline Zenner in haar doctoraat, waarvoor ze de invloed van het Engels op het Nederlands onderzocht.

“Geen enkele andere taal heeft momenteel zo’n grote invloed op het Nederlands als het Engels”, vertelt Eline Zenner. “Maar hoe ‘erg’ is het eigenlijk gesteld? Neemt de invloed van het Engels nu echt met reuzenstappen toe? En beperkt zich dat dan tot woorden en uitdrukkingen, of is er soms sprake van echte code switching, waarbij Nederlandse en Engelse zinnen worden gemengd?”

Om dat na te gaan, onderzocht Zenner in eerste instantie 14.000 jobadvertenties. “Die combineren twee domeinen die erg gevoelig zijn voor het Engels: de reclame- en de zakenwereld. Ik bekeek de advertenties die tussen 1989 en 2008 verschenen in het Vlaamse blad Vacature en in het Nederlandse Intermediair. Het aantal vacatures dat volledig in het Engels was opgesteld, steeg in die twintig jaar gevoelig, van een kleine 3 procent in de periode ‘89-’95 tot meer dan 12 procent in de periode 2005-2008. De invloed van het Engels neemt dus zeker toe, maar dramatisch voor het Nederlands zou ik het niet noemen: het blijft ‘slechts’ één keer op acht in een gevoelig domein.”

“Ik keek ook hoe vaak er Engels gebruikt werd voor de functietitel. Daar is de stijging en het aandeel wel groter: van 1 keer op 7 in de periode ‘89-’95 naar meer dan de helft Engelstalige functietitels in de periode 2005-’08. Vooral sectoren als IT en consultancy zijn er gevoelig voor.”

Purisme is passé

Het cliché wil ook dat Nederlanders sneller geneigd zijn Engels te gebruiken dan de ‘taalzuivere’ Vlamingen. Zenner: “In Nederland is het Nederlands al vanaf de Verlichting gaan standaardiseren. Vlaanderen heeft pas veel later – vooral vanaf de jaren 1960 – de inhaalbeweging naar de Nederlandse standaardtaal ingezet. Het heeft toen in een puristische reflex de Franse leenwoorden in de ban gedaan – en in één moeite ook leenwoorden uit andere talen, zoals Engels en Duits. Nederland kende die reflex niet.”

“Van die puristische erfenis vind je nog wel sporen terug: in Vlaanderen gebruikt men in job-advertenties nog minder Engelse functietitels dan in Nederland. Maar dat is slechts een historische achterstand: de snelheid waarmee het Engels toeneemt, is in beide landen even sterk. Het Vlaamse purisme leeft dus niet echt meer. Je ziet bijvoorbeeld dat er vandaag in Vlaanderen zelfs meer volledig Engelstalige advertenties verschijnen dan in Nederland. Dat is ook logisch: in een tweetalig land als België is het vaak praktischer om meteen voor een Engelstalige advertentie te kiezen die beide taalgroepen begrijpen.”

Expeditie Engels

Zenner wilde ook de invloed van het Engels in spontaan taalgebruik nagaan. Daarvoor wendde ze zich tot een erg originele ‘databank’: drie seizoenen van het reality-programma Expeditie Robinson. “De deelnemers van dat programma vormen een mooie diverse groep van verschillende sociale lagen, Nederlanders en Vlamingen, jong en oud ... Ik inventariseerde hun emotioneel taalgebruik: woorden en uitdrukkingen van het genre ‘Oh shit’, ‘Oh my god’ en ‘Da meende nie!’”

“De opvallendste trend: Engels werd vooral gebruikt door de ‘yuppies’ – mannelijk, jonger dan dertig, stedelijk en hoogopgeleid – om negatieve emoties uit te drukken. Van echt ‘codeswitchen’ naar het Engels was geen sprake: het bleef beperkt tot catchphrases als ‘Ready to rumble!’ en ‘Go for it!’ Verder bevestigde Expeditie Robinson nog maar eens dat Nederlanders niet vaker Engels hanteren dan Vlamingen. Wel opvallend was dat de Nederlanders ‘accommodeerden’: ze pasten hun taalgebruik aan als ze met Vlamingen spraken: ze gingen minder Engels gebruiken. De Vlamingen deden dat niet. Blijkbaar leeft het cliché in hun hoofden dus toch best wel nog sterk.”

Conclusie? “Er sluipt wel meer Engels in het Nederlands binnen, maar het Nederlands wordt niet bedreigd. De invloed van het Engels beperkt zich grotendeels tot de woordenschat, en piekt vooral in specifieke omgevingen zoals de reclamewereld.”

Wouter Verbeylen

______________________________________________________________________

Nanny vs. kinderoppas

Wat maakt een Engels leenwoord succesvol? Eline Zenner: “Soms is een leenwoord populairder dan het Nederlandse alternatief, zoals ‘hooligan’ tegenover ‘voetbalvandaal’, soms is het net andersom. Maar waarom is dat?”

“In een krantenarchief heb ik persoonsaanduidende zelfstandige naamwoorden geturfd – genre ‘babysitter’ en ‘soulmate’ – en ik heb het relatieve succes tegenover hun Nederlands synoniem bekeken.”

“Een Engels leenwoord blijkt vooral veel kans op succes te hebben als er nog geen Nederlands alternatief voor bestaat. Denk aan ‘webmaster’, of ‘workaholic’: ‘werkverslaafde’ is nadien nooit echt populair geworden. Omgekeerd heeft een woord als ‘wiseguy’ beduidend minder succes: we kennen al eeuwenlang Nederlandse synoniemen als ‘betweter’ of ‘wijsneus’.”

Er zijn nog andere, minder uitgesproken patronen: een Engels woord dat korter is dan het Nederlands alternatief – ‘nanny’ vs. ‘kinderoppas’ – zullen we bijvoorbeeld sneller adopteren dan een woord waarvan het Nederlands synoniem korter is – ‘teenager’ vs. ‘tiener’.

Bron : KU Leuven - Campuskrant Jaargang 24 nr. 07 (27 maart 2013)

Lire la suite