Overblog Suivre ce blog
Administration Créer mon blog
Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands

Articles récents

1ère édition d’un événement eurométropolitain dédié aux cyclotouristes

20 Juin 2013 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands

1ère édition  d’un événement eurométropolitain dédié aux cyclotouristes

1ste editie van een eurometropolitaans evenement voor wielertoeristen. 1200 ervaren wielertoeristen of amateurs en zelfs beginnelingen worden verwacht voor een fietsmoment vol plezier et ontdekkingen. Op zondag 23 juni 2013 Vanaf 7u30 (vertrek tot 10u30)

1200 cyclotouristes chevronnés ou amateurs et même les néophytes sont attendus pour un moment de vélo-plaisir et de découvertes.

Randonnez dans l’Eurométropole avec L’EUROCLASSIC Lille-Kortrijk-Tournai-Roubaix : VÉLO PLAISIR – SANTÉ – CULTURE – EUROPE sont les mots-clés. Ce dimanche 23 juin 2013 dès 7h30 (départs échelonnés jusque 10h30)

L’Euroclassic LKTR est un projet de cyclisme transfrontalier organisé par de clubs de cylcotouristes de Courtrai, Lille, Roubaix et Tournai. Le départ d’une randonnée en vélo peut-être fait depuis chaque ville. Différentes boucles peuvent être fait pour combiner 2, 3 ou 4 villes. Ainsi il est possible de rouler depuis Courtrai, Lille ou Tournai à Roubaix et de retourner (sur un autre parcours flechés) De Courtrai on peut aller à Tournai, de Tournai à Lille et de Lille à Courtrai. Ceci permet à chaque participant ed choisir son parcours de 50 à 120 km. À Roubaix, Il est possible de rouler sur le vélodrome de Roubaix comme les professionnels à l’arrivée de Paris-Roubaix.

Plus d'info : http://www.euroclassic-lktr.eu

Euroclassic LKTR is een grensoverschrijdend fietsproject georganiseerd door 4 wielertoeristenclubs uit Rijsel, Doornik, Roubaix, en Kortrijk. Vanuit elke stad kan er gestart worden waarbij Roubaix het middelpunt is van het parcours. Via verschillende lussen worden de 4 steden met elkaar verbonden. Zo kan men vanuit Kortrijk, Doornik en Rijsel naar Roubaix rijden en terug. Van Kortrijk kan je naar Doornik rijden, van Doornik kan je naar Rijsel rijden en van Rijsel kan je naar Kortrijk rijden. Op die manier kan iedere deelnemer zijn eigen parcours samenstellen van 50 tot 120 km. In Roubaix is er ook de mogelijkheid om op de piste te rijden net als de profs tijdens Paris-Roubaix!

Meer info : http://www.euroclassic-lktr.eu

Lire la suite

Le réseau "Initiative pour le néerlandais" se met en ordre de marche pour agir

18 Juin 2013 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #réseau IN netwerk

Het netwerk “Initiatief voor het Nederlands” is vanaf nu volledig operationeel!

Au sein des locaux de la Communauté Urbaine de Lille Métropole, grâce à l'appui de l'Eurométropole Lille-Kortrijk-Tournai, plus de vingt personnes, (avec le soutien d'une douzaine d'autres personnes empêchées ce jour-là) venant d'horizons variées se sont réunies ce vendredi 14 juin après-midi dans un seul objectif : rendre opérationnel le réseau "Initiative pour le néerlandais" en lui donnant une organisation, c'est à dire un conseil d'administration et un bureau. Plus d'info ici http://lesamisduneerlandais.overblog.com/le-réseau-in-het-netwerk-in

Après un tour de table de présentation mutuelle, les participants se sont mis d'accord sur les finalités et missions du réseau, puis ils ont désigné leurs représentants au conseil d'administration en veillant à deux conditions : qu'il n'y ait pas trop de monde pour rester efficace et qu'il puisse représenter les différents parties prenantes : monde de l'enseignement et de la formation, mais pas seulement : associations culturelles, monde des entreprises et société civile. On a veillé aussi à ce que les territoires de l'Eurométropole et de la Flandre française soient représentés et que la composition du conseil reflète bien la diversité : hommes et femmes, français, flamands, wallons et néerlandais.

Armand Heroguel, Maître de Conférences HDR* à l'Université Lille 3 en filière LEA**, suite à une présentation de sa candidature dans les deux langues, a été élu président du réseau. Puis le bureau a été constitué.

C'est ainsi que, résultant de cette concertation, le réseau à décider d'agir dans quatre grands domaines :

- Celui de l'animation d'activités, de la culture, et de la création d'évènements fédérateurs,

- Celui de la coopération entre enseignants dans le domaine des méthodes et outils pédagogiques ou sur la mutualisation de moyens

- Celui de l'action de sensibilisation aux enjeux et de négociation avec les autorités concernant la place du néerlandais dans l'enseignement

- Celui de la conduite de projets divers : obtenir la diffusion des chaînes de TV par internet travailler sur le rôle des entreprises dans le développement du multilinguisme, réfléchir à un cadre de labellisation des offres de formation continue au néerlandais.

L'assemblée présente est pleinement consciente de la nécessité d'agir sans tarder, vu la grande fragilité de l'ensemble du dispositif d''enseignement et de formation au néerlandais : du secondaire au supérieur en n'oubliant pas la formation continue des adultes et l'environnement de l'apprentissage. Pour se doter des moyens financiers nécessaires, le réseau va travailler à une évolution vers un statut associatif selon la loi française de 1901.

M.E.

*HDR = Habilitation à diriger des recherches

** LEA = Langues Etrangères Appliquées au monde des affaires

Contact : amisduneerlandais@voila.fr

Het netwerk “Initiatief voor het Nederlands” is vanaf nu volledig operationeel!

Vanaf vrijdagnamiddag 14 juni werd het netwerk “Initiatief voor het Nederlands” definitief operationeel! Mede dankzij de steun van de Eurometropool Rijsel-Kortrijk-Doornik, creëerden meer dan twintig geëngageerde vertegenwoordigers van het middenveld in de receptiezaal van de Communauté Urbaine Lille Métropole, de bestuursraad en het bureau van deze vereniging. Meer info : http://lesamisduneerlandais.overblog.com/le-réseau-in-het-netwerk-in

De missie en objectieven van het “Initiatief voor het Nederlands” staan nu in het krijt gemergeld en een beperkt aantal verantwoordelijken werd verkozen om zijn verschillende componenten efficiënt te vertegenwoordigen, zowel culturele verenigingen, onderwijs en permanente vorming, als ondernemingen en maatschappelijke verenigingen.

De samenstelling van de Raad en het Bureau weerspiegelt getrouw de diversiteit van het “Initiatief voor het Nederlands”, waarin zowel de drie regio’s van de Eurometropool als Frans Vlaanderen, Fransen, Walen, Vlamingen en Nederlanders en mannen en vrouwen zetelen. Doctor Armand Heroguel, docent Nederlands aan de Universiteit Lille 3, werd aangeduid als voorzitter van het netwerk.

Beslist werd te werken rond vier grote doelstellingen:

- actieve aanwezigheid op culturele activiteiten en het op touw zetten van evenementen die Franstaligen en Nederlandstaligen dichter bij elkaar brengen rond het Nederlands

- samenwerking tussen leerkrachten en docenten Nederlands door de uitwisseling van didactisch materiaal, onderwijsleermethodes en het aan elkaar ter beschikking stellen van lesvoorbereidingen

- bewustmaking van de officiële instanties in verband met de noodzakelijke plaats die het onderwijs en de navorming Nederlands in de Eurometropool, Belgisch Henegouwen en Frans Vlaanderen zouden moeten krijgen

- uitwerking van een waaier projecten, met onder andere:

  • Nederlandstalige televisiezenders zouden ook in Noord-Frankrijk bereikbaar moeten worden (bijvoorbeeld via Internet)
  • ook de bedrijven zouden actief kunnen meewerken aan de bevordering van de meertaligheid in de regio
  • een officieel erkend label lijkt noodzakelijk om de grote diversiteit in het aanbod cursussen Nederlands voor Franstaligen de nodige aura te verlenen.

Zo staan wij nu klaar voor concrete actie. We zullen in een eerste fase vooral het onderwijs van de Nederlandse taal actief ondersteunen, en dit vanaf het lager onderwijs over het secundair en hoger onderwijs tot in de permanente vorming. Om de nodige financiële middelen te verwerven, werd tenslotte overgegaan tot de goedkeuring van de creatie van een VZW onder de vorm van een association loi française 1901.

Contact : amisduneerlandais@voila.fr

Vertaling in Nederlands door H.V.

Le réseau "Initiative pour le néerlandais" se met en ordre de marche pour agir
Lire la suite

A Calais aussi une initiative pour le néerlandais

13 Juin 2013 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #apprentissage

In Calais ook een initiatief voor het Nederlands leren in secundair onderwijs :

A Calais, au Lycée du Détroit, un professeur d'anglais effectuant aussi des cours de néerlandais pour débutants a organisé un voyage d'études avec ses lycéens sur le thème de la coopération transfrontalière avec les régions européennes voisines. Dans ce film réalisé avec les lycéens, la problématique de l'enseignement du néerlandais est abordé avec franchise. Les lycéens y décrivent aussi leur voyage d'étude aux Pays-Bas.

Soutenons cette initiative de création de section de néerlandais dans les lycées d'enseignement général et les lycées professionnels de notre région.

Lire aussi notre article sur ce site http://lesamisduneerlandais.overblog.com/pourquoi-apprendre-le-néerlandais-est-il-aussi-important-et-si-on-s-inspirait-de-l-exemple-alsacien

Lire la suite

Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland (NOB) dreigt subsidies te verliezen

10 Juin 2013 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #taalbeleid

Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland (NOB) dreigt subsidies te verliezen

Het Nederlandse ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen is van plan per 1 januari 2014 zijn subsidiëring te beëindigen aan de Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland, beter bekend onder het letterwoord NOB (http://www.stichtingnob.nl/).

Op ruim tweehonderd Nederlandse scholen in het buitenland krijgen zowat 13.000 kinderen Nederlandse les. In de meeste gevallen gaat het om lessen Nederlandse taal en cultuur als aanvulling op de lokale of internationale school.

De Nederlandse overheid ondersteunt dit onderwijs al sinds 1982, zowel financieel als bij het toezicht op de kwaliteit. Met het stopzetten van de volledige subsidie wordt een unieke infrastructuur die de afgelopen dertig jaar is opgebouwd als het ware bij de wortels afgesneden.

De Nederlandse Tweede Kamer moet nog haar goedkeuring geven aan de onderwijsbegroting waar deze bezuiniging deel van uitmaakt.

Hier kun je een artikel uit 2011 over Stichting NOB lezen en hier kun je een petitie ondertekenen tegen de geplande stopzetting van de subsidies.

Bron : Blog Ons Erfdeel, 3 juni 2013

Lire la suite

Nouveau livre : le dictionnaire contrastif français-néerlandais

7 Juin 2013 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #apprentissage

Nouveau livre : le dictionnaire contrastif français-néerlandais

Les auteurs du Dictionnaire contrastif français-néerlandais, plutôt que de se lancer dans une étude théorique contrastive du français et du néerlandais, ont visé un but essentiellement pratique : fournir une liste des « pièges » lexicaux, lexico-grammaticaux et phonétiques auxquels sont fréquemment confrontés les apprenants francophones du néerlandais.

L'ouvrage comporte les chapitres suivants :

– Faux amis (brutal / brutaal ; professeur / professor).

– Expressions et proverbes presque identiques (garder une poire pour la soif - een appeltje voor de dorst bewaren).

– Différences de suffixation (-ation / -ering et -ique / -iek/-isch).

– Genre des substantifs (het contact, het formulier, het resultaat).

– Emploi du singulier et du pluriel (le cerveau – de hersens / de hersenen ; les bagages - de bagage).

– Emploi contrastif de l’article (avoir l’estomac creux – een lege maag hebben ; à l’école - op school ; faire appel à quelqu’un – een beroep doen op iemand ; se casser la jambe - zijn been breken ; en néerlandais - in het Nederlands).

– Emploi de faire - maken/doen (faire des photos - foto’s maken ; faire la vaisselle - de afwas doen ; faire du café – koffie zetten).

– Verbes pronominaux (se reposer - rusten ; avaler de travers - zich verslikken ; s’intégrer - (zich) integreren).

– Emploi des auxiliaires de temps avoir/hebben - être/zijn (il a arrêté de fumer - hij is gestopt met roken).

– Accent de mot où l’accent ne frappe pas la dernière syllabe en néerlandais (academie, kilo).

L’ouvrage comporte de nombreux exercices de traduction et exercices lacunaires pour que les apprenants puissent s’approprier plus facilement la matière.

Les auteurs :

Siegfried Theissen : Il est Professeur ordinaire émérite de philologie néerlandaise à l'Université de Liège, membre de la Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde et de l’Académie des Sciences de Pologne. Il a publié plusieurs ouvrages traitant des différences entre le néerlandais des Pays-Bas et de la Flandre, et est également l’auteur de dictionnaires inverses de l’allemand et du néerlandais, ainsi que de dictionnaires contrastifs de ces deux langues. Il s’est aussi consacré à la grammaire contrastive du néerlandais, de l’allemand et du français.

Philippe Hiligsmann : Il est Professeur Ordinaire en langue et linguistique néerlandaise et en linguistique générale à l'Université Catholique de Louvain-La-Neuve. Il est l'auteur de très nombreux ouvrages pédagogiques et académiques en lien avec l'apprentissage de la langue néerlandaise et la néerlandistique. Il est doyen de la Faculté de philosophie, arts et lettres de la même université.

Laurent Rasier : Il est chargé de cours à l'Université de Liège. Il mène des recherches et enseigne dans le domaine de la traduction du néerlandais vers le français. Il est Docteur en philosophie et lettres de l'Université de Louvain-La-Neuve.

Presses Universitaires de Louvain ISBN-10 2-87558-122-8 ISBN-13 978-2-87558-122-8

Pour le commander (Belgique) : http://pul.uclouvain.be/fr/livre/?GCOI=29303100792880

France : http://www.librairiewb.com/9782875581228-dictionnaire-contrastif-francais-neerlandais-theissen/

Lire la suite

Création du réseau "Initiative pour le néerlandais"

5 Juin 2013 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #réseau IN netwerk

Création du réseau "Initiative pour le néerlandais"

Oprichting van het netwerk "Initiatief voor het Nederlands"

Communiqué 3 juin 2013

Plusieurs responsables de l'enseignement secondaire et supérieur, de la formation continue au néerlandais, personnalités de la société civile se sont réunis à la Maison du Néerlandais de Bailleul, jeudi 23 mai 2013. Leur but est d'initier un réseau de promotion et de soutien du néerlandais dans son apprentissage et son usage au sein, des différents territoires de l'Eurométropole Lille-Kortrijk-Tournai et de la Flandre française (département du Nord).

Considérant que la reconnaissance pleine et entière de l'Autre passe par celle de sa langue, ils déclarent en commun souhaiter :

- Un soutien plus important à l'apprentissage du néerlandais, langue de 23 millions de locuteurs voisins en Europe au sein des Pays-Bas et de la Belgique.

- La reconnaissance du néerlandais comme langue d'intérêt stratégique régional, vu les enjeux culturels, économiques, sociaux et les besoins d'échanges, de coopération, de mobilité avec ces pays voisins ; ceux-ci ont, en effet, un savoir-faire reconnu en création, design, architecture, urbanisme, dynamisme entrepreneurial, mobilité urbaine, ingénierie navale, ingénierie portuaire et cotière, transport maritime, gestion des risques de submersion marine, mais aussi : littérature, danse, cinéma, peinture, musique...

- Créer un lieu de ressources linguistiques et culturelles, de rencontres, débats et d'exposition autour de la langue et de la culture des pays néerlandophones ; pour accueillir celui-ci, la métropole lilloise paraît crédible et légitime en raison de son rôle central au sein de la coopération transfrontalière, de sa situation historique comme ville des anciens Pays-Bas et de sa politique culturelle volontariste, source d'une nouvelle attractivité.

- Œuvrer pour une offre de formation de qualité, une plus grande coopération entre établissements et entre formateurs, une répartition géographique plus cohérente des lieux d'enseignement initial ou d'apprentissage et enfin un environnement plus favorable pour les apprenants ainsi pour tous ceux qui forment jeunes et adultes au néerlandais.

Le réseau constitué se réserve la possibilité de choisir la forme juridique la plus appropriée à ses missions et à son fonctionnement dans un futur proche.

Contact : amisduneerlandais@voila.fr

Enseignants-chercheurs et responsables de formation continue de l'Université Charles de Gaulle-Lille 3, Maison du Néerlandais de Bailleul, Association des Professeurs de Néerlandais de l'Enseignement Secondaire, membres du Forum Eurométropole Lille-Kortrijk-Tournai, professeurs et formateurs de néerlandais, membres de la société civile.

Communiqué 3 juni 2013

Meerdere verantwoordelijken van het secundair en het hoger onderwijs, van de volwassenenopleiding en burgers van het middenveld zijn op donderdag 23 mei in het Huis van het Nederlands in Belle (Bailleul) bijeengekomen. Hun doel is de oprichting van een netwerk voor de promotie en de steun van het Nederlands, gericht op iedereen die deze taal in de Eurometropool Lille-Kortrijk-Tournai en Frans-Vlaanderen wil leren en gebruiken.

Aangezien de volwaardige erkenning van de Andere de erkenning van zijn taal vereist, verklaren zij hiermee het volgende na te streven :

- Een grotere steun voor wie het Nederlands leert, taal van 23 miljoen sprekers in Europa (België en Nederland).

- De erkenning van het Nederlands als een taal die regionaal gezien van strategisch belang is wegens de culturele, economische en sociale uitdagingen en de behoeften van uitwisseling, samenwerking en mobiliteit met Vlaanderen (België) en Nederland. Deze buurlanden beschikken over een erkende knowhow in creatie, design, bouwkunst, stedenbouwkunde, ondernemerschap, stedelijke mobiliteit, scheepsbouw, maritiem vervoer, haven- en kustengineering, maritiem risicobeheer, maar ook in literatuur, dans, filmkunst, schilderkunst, muziek...

- De creatie van een plek met taalkundige en culturele mogelijkheden, een plaats voor ontmoetingen, debatten en tentoonstellingen over de taal en cultuur van de Nederlandstalige landen.

De metropool Rijsel (Lille) zou hiervoor een geloofwaardige en legitieme locatie zijn vanwege haar centrale rol in de grensoverschrijdende samenwerking, haar historische status als stad van de oude Nederlanden en haar dynamisch cultuurbeleid dat voor een vernieuwde aantrekkelijkheid heeft gezorgd.

- Medewerking aan een kwalitatief hoogstand opleidingsaanbod, een bredere samenwerking tussen instellingen en tussen leerkrachten, een betere geografische verspreiding van onderwijs voor beginners en dag- en avondlessen en ten slotte, een betere omgeving voor alle leerlingen en alle leerkrachten.

Het opgerichte netwerk behoudt zich het recht voor om de meest geschikte juridische vorm te kiezen met het oog op zijn taken.


Contact: amisduneerlandais@voila.fr

Hoogleraren en verantwoordelijken van de volwassensopleiding aan Université Charles de Gaulle-Lille 3, Maison du Néerlandais de Bailleul, Association des Professeurs de Néerlandais de l'Enseignement Secondaire, leden van het Forum Eurometropool Lille-Kortrijk-Tournai, Nederlandsleerkrachten, burgers van het middenveld.

Tous nos remerciements pour la traduction en néerlandais à Armand Heroguel (Université Lille 3) et Luc Devoldere (Ons Erfdeel vzw)
Lire la suite

Iederen West-Vlaams

31 Mai 2013 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #dialecten

Kries Peeters, Rudy Demotte en Karl-Heinz Lambertz leren West-Vlaams

Les ministres présidents de Flandre, de la Wallonie et de la communauté germanophone essaient de parler le dialecte de Flandre Occidentale.

De Provincie West-Vlaanderen leerde ministers-presidenten Kris Peeters, Rudy Demotte en Karl-Heinz Lambertz West-Vlaams via de mobiele app ‘Iedereen West-Vlaams’.

Het resultaat daarvan werd in een filmpje gemonteerd en kan via www.iedereenwest-vlaams.be bekeken en verspreid worden. In de filmpjes proberen Peeters, Demotte en Lambertz enkele typische West-Vlaamse uitdrukkingen met een zo goed mogelijke West-Vlaamse tongval voor te lezen.

De ministers-presidenten waren enthousiast om aan de campagne ‘Iedereen West-Vlaams’ mee te werken en maakten zelf de selectie uit de 100 uitdrukkingen die in de app aan bod komen.

Doe jij beter?

Bovendien daagt de Provincie West-Vlaanderen jou uit om via een zelfgemaakt filmpje hetzelfde te doen.
(Niet-)West-Vlamingen die via een filmpje de app demonstreren, dit posten op facebook, de Provincie West-Vlaanderen ‘taggen’ en de meeste ‘vind-ik-leuks’ verzamelen, maken kans op één van de twintig wijn- of dessertboxen van de Provincie West-Vlaanderen. Deelnemen kan tot en met zondag 30 juni 2013.

Bron : http://www.west-vlaanderen.be/provincie/beleid_bestuur/iedereenwestvlaams/Pages/default.aspx

Andere filmjes kan u met deze link vinden : http://www.focus-wtv.tv/iedereen-west-vlaams

Lire la suite

Nieuw boek: Dutch: Biography of a language

28 Mai 2013 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #nederlandse taal

Nieuw boek: Dutch: Biography of a language

Roland Willemyns, emeritus professor in de Nederlandse taal aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) schreef met ‘Dutch: Biography of a Language’ de eerste complete geschiedenis van de Nederlandse taal die beschikbaar is in het Engels.

Meer dan 22 miljoen mensen spreken Nederlands, natuurlijk vooral in Nederland en België, maar ook in Suriname en de Antillen. ‘In 1993 zat ik voor het eerst samen met Jan de Vries om de geschiedenis van het Nederlands te schrijven’ aldus Willemyns. ‘Toen was er niet nog niet zoveel geschreven over onze taal, maar de afgelopen twee decennia is er heel veel onderzoek gebeurd en is dat wel het geval. Ondertussen is Willemyns aan zijn vierde boek toe over het thema, het Engelstalig werk is niet zomaar een vertaling van eerdere publicaties, maar biedt een laatste stand van zaken van onze taal met al haar historische, geografische en sociale aspecten. ‘Ik heb het vaak beleefd dat buitenlandse collega’s mij zeiden hoe jammer ze het vonden dat er over de geschiedenis van het Nederlands zo goed als niets bestond in een andere taal dan het Nederlands.’ Het bleek dan maar een klus voor zijn emeritaat.

‘Het verhaal dat ik vertel is er een van taalcontact en -conflict’, zegt professor Willemyns. ‘Vanaf het prille begin had het Nederlands intens contact met talen binnen en buiten de grenzen van de Lage Landen, zoals Frans en Duits, en uiteraard ook Fries. Het boek schetst de ontwikkeling van het standaard Nederlands en zijn dialecten, en zoomt in het tweede deel in op het hedendaagse Nederlands en zijn dialecten, waarvan sommigen dreigen te verdwijnen.’

Belangrijke vragen die aan de orde worden gesteld, zijn de verspreiding van het Nederlands via de kolonisatie, wat leidde tot creolisering en het ontstaan van een ‘exotische’ taal als het Afrikaans. Ook de boutade, dat Nederlanders en Vlamingen gescheiden worden door dezelfde taal, komt aan bod. Ook wordt duidelijk gemaakt dat het Oudnederlands minstens vier eeuwen ouder is dan ‘hebban olla vogala’, onder meer door een Frankisch ‘zinnetje’.

Bron: De Standaard/Belga, 22 mei 2013.

The first comprehensive history of the Dutch language to be available in English

More than 22 million people speak Dutch-primarily in Holland, Belgium, Suriname, and the Antilles. This book offers a well-researched and highly readable survey of the language in all its historical, geographic, and social aspects. In addition to providing a general introduction to the evolution of Dutch, Willemyns pays special attention to oft-neglected topics, such as the question of whether Dutchmen and Flemings are separated by a common language, and the contentious matter of the spread of Dutch abroad through colonization, which led to "exotic" variations such as Afrikaans, pidgins, and creoles.
Dutch: Biography of a Language will appeal to students of Dutch and general readers interested in the history of the language.

Dutch: Biography of a Language, Oxford University Press, ISBN 978-0-19-985871-2 Price : £22,50.

Lire la suite

Nederlandici in het buitenland. Onderzoekers, lesgevers, bruggenbouwers en cultureel ambassadeurs?

23 Mai 2013 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #apprentissage

Nederlandici in het buitenland. Onderzoekers, lesgevers, bruggenbouwers en cultureel ambassadeurs?

Wie in het buitenland als neerlandicus aan de slag is, is niet alleen docent van de Nederlandse taal of literatuur en cultuur, maar ook onderzoeker en vaak bestuurder. Daarnaast vervult zij of hij nog een reeks van andere taken: fungeren als eerste aanspreekpunt voor vragen over de Nederlandse taal en literatuur, auteurslezingen organiseren, vertalen of aanzetten tot vertalen, ontvangen van gasten uit Nederland en Vlaanderen, kortom het bevorderen van de cultuur uit de Lage Landen in algemene zin.

Niemand zal het zijn ontgaan dat universitaire instellingen en docenten onder druk staan. Visitaties, zelfevaluaties, accrediteringen, een exponentiële toename van de administratieve taken, toenemende studentenaantallen, outputfinanciering, op maat gesneden studieaanbod, wetenschappelijke output naast de meetlat, enzovoort. Voor academici in het buitenland is het niet anders. Is er daarbij nog plaats voor een of andere vorm van “cultureel ambassadeurschap”? En vooral: beschouwen docenten dit zelf als hun taak en is hierin de laatste tijd wat veranderd?

Om hierover een beeld te krijgen legde Ons Erfdeel deze vragen voor aan een tachtigtal buitenlandse instituten waar Nederlands wordt gedoceerd. Er kwamen tweeëntwintig ingevulde antwoordformulieren terug. Ze waren afkomstig uit Spanje, Italië, Portugal, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Groot Brittannië, Zweden, Hongarije, Kroatië, Polen, Servië, Zuid-Afrika, Suriname, Indonesië en de Verenigde Staten. De situatie is in deze landen natuurlijk erg verschillend, zowel wat de status van het vak als de personele uitrusting betreft. Aan een aantal Europese universiteiten is het Nederlands een volwaardig en zelfstandig vak, aan andere is de opleiding Nederlands onderdeel van de Germanistik of wordt ze door eenmanslectoraten overeind gehouden. Afgezien van al deze verschillen en van het feit dat het slechts om een steekproef gaat, tekenen zich wel een paar tendensen en wensen in de antwoorden op de enquête af.

Een eerste vraag peilde naar wat docenten beschouwen als hun kerntaken. Deze werden

beschreven als: “onderzoek verrichten”, “college geven”, “cultuur uitdragen” of “andere”. In twee derde van de antwoorden wordt “cultuur uitdragen” als een van de twee of drie kerntaken aangekruist.

Opvallend daarbij is dat college geven altijd gepaard gaat met cultuur uitdragen. Net zo opvallend is dat in nagenoeg alle antwoorden waarbij de culturele taak niet werd aangekruist, het wetenschappelijk onderzoek als dé of als een van de kerntaken werd beschouwd.

Alle respondenten zien verschillen in hun taak ten overstaan van die van neerlandici in Vlaanderen of Nederland. Voor de meesten heeft dit verschil te maken met het feit dat ze in een andere culturele, talige en sociale omgeving werken: er zijn andere vanzelfsprekendheden schrijft iemand, de achtergrond van de studenten is verschillend, ze hebben vaak weinig of helemaal geen voorkennis van de Nederlandse taal en cultuur van de Lage Landen; je moet van nul beginnen. Een enkeling noemt een consequentie van deze andere context die tot in het wetenschappelijk onderzoek reikt: we moeten “ook in het onderzoek een breder terrein bestrijken”.

Enkele docenten wijzen op de institutionele positie van hun vak en de gevolgen daarvan. Sommigen moeten continu het bestaansrecht ervan binnen de eigen universiteit verdedigen of moeten flink investeren in het werven van studenten – “ik moet ze echt binnenhalen” – schrijft iemand, “we moeten interessanter en leuker en spannender zijn dan de andere kleine vakken”. Een docent uit Midden-Europa merkt op dat het allemaal zo’n vaart niet loopt met de verschillen: er is ook culturele en religieuze diversiteit binnen de Lage Landen. Op de centrale vraag of deze docenten vinden dat ze als neerlandicus in het buitenland als “cultureel ambassadeur” moeten optreden, antwoorden zeventien deelnemers positief. Voor een aantal staat deze taak direct in verbinding met hun onderwijsopdracht: de studenten kunnen ervan profiteren, culturele evenementen maken het onderwijs levendiger en aantrekkelijker. Over het belang voor de studenten is iedereen het eens. In de niet eens zo verre buitenlanden in Zuid-Europa wordt de docent als enige aanspreekpunt en informatiebron voor de Nederlandse taal en cultuur genoemd. Maar de docenten hebben ook een bredere doelgroep in het vizier.

Het overgrote deel vindt dat ze de Nederlandstalige cultuur ook buiten de muren van de universiteit uit moeten dragen en willen met culturele evenementen een breder publiek en ook nog andere geïnteresseerden dan de studenten bereiken. Overigens, zo merkt iemand op, dit is alweer niet zo veel anders dan in Vlaanderen en Nederlands, waar de universiteiten eveneens een maatschappelijke taak vervullen. Een expat wijst erop dat het “culturele bruggenbouwen” geen kwestie van eenrichtingsverkeer mag zijn. Het moet in beide richtingen gebeuren. Ook in Nederland en Vlaanderen is het nodig vooroordelen weg te nemen door er de cultuur van het buitenland bekender te maken, aldus deze docent.

Grenzen slechten moet gebeuren om de culturele mobiliteit te bevorderen.

Dit culturele transferluik of de bruggenbouwersfunctie heeft tevens een economische zijde. Meer interesse voor de cultuur van de Lage Landen betekent ook meer studenten en dus behoud van banen.

Het is gewoon een vorm van reclame voor het eigen onderwijs, schrijft iemand. Een docent antwoordt: “Ja, omdat de relevantie van het vak een belangrijke rol speelt bij de overlevingskansen van de vakgroep. De universiteit moet ervan overtuigd worden dat de vakgroep een bijdrage levert tot het prestige van de universiteit.” Een docent uit Midden-Europa merkt op dat ook zijn studenten deze winstgevende kant in het oog houden en niet zelden meer geïnteresseerd zijn in de cultuur van het bedrijfsleven dan in die van Vlaanderen en Nederland.

Er zijn ook enkele tegenstemmen, die – niet onverwacht – uit de hoek komen van academici die de wetenschappelijke taak hoog in het vaandel voeren. Geen cultureel ambassadeurschap, luidt het aan deze zijde, “omdat de universitaire kerntaken, onderzoek verrichten en onderwijs geven, meer een kwestie van professionele vakbeoefening dan van zendingsdrang” zijn. Kortom: “Omdat we geen culturele entrepreneurs, maar academici zijn.” Een enkeling uit het bezwaar dat wetenschap ingezet voor culturele promotie zichzelf tot voertuig van een nationale ideologie laat maken. Ongetwijfeld speelt hierbij de status van het vak een rol, of Nederlands als hoofdvak in een universitaire opleiding bestaat, dan wel als bij- of keuzevak binnen een omvattender talenopleiding of Germanistik.

Of de buitenlandse neerlandici een rol zouden moeten spelen in het buitenlandse culturele beleid van Nederland en Vlaanderen, daarover zijn de meningen verdeeld. Een vierde van de respondenten vindt dit niet wenselijk. De studie van de Nederlandse taal en letteren, die een academische onderzoekstaak is, is een functie die al voldoende mankracht vergt, aldus deze groep. De mogelijkheid om een adviserende stem te laten horen, zou door de meesten wel op prijs worden gesteld. Hun motivatie om inspraak te hebben, is dezelfde als van de groep die vindt dat zij buitenlands cultuurbeleid mee zouden moeten kunnen bepalen. Unisono klinkt dat zij beter op de hoogte zijn van de behoeften en situaties ter plekke dan de buitenlandse organisaties. Ze hebben de contacten en netwerken in het land zelf als troef. Officiële organisaties in het buitenland bereiken te vaak alleen de expats, schrijft iemand. De instituten daarentegen kunnen ook de cultureel geïnteresseerden van het buitenland zelf bereiken, “een doelgroep die veel nuttiger is voor het culturele beleid”. Of zoals iemand het formuleert: “Wij hebben de directe afnemers.”

Tot slot werd nog gevraagd welke culturele activiteiten er worden georganiseerd, hoe vaak en met wie. Negentien van de respondenten organiseren minstens twee culturele evenementen per jaar. Dat gaat van auteurslezingen, tentoonstellingen, filmvertoningen over vertaalworkshops en schrijfateliers tot een scholierenwedstrijd of een cultureel programma als luik bij een wetenschappelijk colloquium. Allen maken hierbij gebruik van ondersteuning door de Nederlandse Taalunie, bijna allen kunnen ook op de plaatselijke ambassades of cultureel attachés rekenen, al blijken de beurzen niet overal gelijk gevuld. Maar wat ze zelf als erg belangrijk aangeven: de samenwerking met culturele organisatoren ter plekke, het netwerk dat in de loop der jaren is opgebouwd.

De helft van de ondervraagde instituten stelt vast dat ze in vergelijking met vijf jaar geleden nog steeds evenveel culturele evenementen organiseren. Bij drie ondervraagden is het minder geworden, een ontwikkeling die te maken heeft met gekrompen financiële middelen en met veranderingen in het personeelsbestand. Een derde zegt dat ze momenteel meer

doen op het vlak van cultuurverspreiding dan vijf jaar geleden. De vooruitblikken naar de toekomst klinken hoopvol, of misschien eerder vastberaden en volhardend, want iedereen lijdt onder besparingen, zowel qua personeel als werkingsmiddelen. De kleine helft voorziet dat haar culturele activiteiten op hetzelfde peil zullen blijven, zes zijn hoopvol gestemd in de toekomst nog meer te kunnen presteren op dat vlak. Hier speelt de personele bezetting natuurlijk een rol, maar ook soms de vraag van de omgeving en in een enkel geval een grotere waardering van de universiteiten zelf, die zichtbaarheid op prijs stellen of een “gericht knowledge transfer-beleid” voeren.

Beschouwen neerlandici cultuuroverdracht aan en vanuit hun buitenlandse universiteit nu nog steeds als een van hun taken? Overwegend klinkt het antwoord hierop ja, mét een maar. Er is voldoende vrouw- en mankracht nodig. Zo wordt drie keer gewezen op de mogelijkheid van subsidies vanwege de Nederlandse Taalunie voor culturele presentaties in het buitenland, een aanbod dat men graag zou gebruiken, maar dat onhaalbaar is omdat niemand dit extra werk nog op zich kan nemen. Dezelfde verzuchting klinkt in een vraag om meer structurele steun voor culturele evenementen (zoals in het vroegere programma van de Nederlandse Taalunie: “cultuur buiten de muren”) om het omvangrijke werk dat projectaanvragen vergen, te kunnen beperken. Naast het punt van de teruggeschroefde personeelscapaciteit vormt een tweede zorg voor velen de inkrimping van de budgetten en van de ondersteuning vanuit de thuislanden. Er wordt geregeld beklemtoond dat men niet per se sturend op wil treden, maar een betere communicatie wenst tussen beleidsmakers en de mensen in het veld, zodat hier ook zuiniger en doelgerichter kan worden opgetreden.

We moeten echter ook vaststellen dat de professionalisering en academisering van de neerlandistiek in het buitenland op gespannen voet komen te staan met de functie van cultuurbemiddelaar, ambassadeur of vertaler. De verzuchting van Wikén Bonde (in Internationale Neerlandistiek 2009, 3) zou hier ook wel eens van toepassing kunnen zijn: “Academici worden steeds academischer en kortademiger naarmate hun financiering afhankelijker wordt van projectsubsidie.” De neerlandici aan buitenlandse universiteiten hebben de netwerken en contacten met een potentieel publiek en zijn doorgaans gedreven bruggenbouwers. Wat nodig is, verschilt geenszins met wat in de binnenlanden nodig is: mensen en middelen. De Nederlandse cultuur is te belangrijk om de cultuurverspreiding in het buitenland puur aan de marktwerking over te laten.

LUT MISSINNE

Bron : Ons Erfdeel, nr2, mei 2013.

Lut Missinne werd in 1960 geboren in Veurne.. Nu is ze verbonden aan de Westfälische Wilhelmsuniversität Münster, waar ze moderne Nederlandse literatuur doceert. Ondanks haar drukke agenda, maakte ze graag wat tijd om met ons te praten over haar werk en haar leven.

Lire la suite

Les dyslexiques et l'apprentissage d'une langue étrangère

17 Mai 2013 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #apprentissage

Les dyslexiques et l'apprentissage d'une langue étrangère

Le 29 mai, de 14 à 17 heures, l’ANBF (Association des Néerlandistes de Belgique francophone et de France) organise sa journée annuelle de la didactique. Cette journée aura lieu à la Haute École Francisco Ferrer (Bruxelles) et sera consacrée à la dyslexie et la didactique des langues étrangères.

Eline Van Kerckhove, logopède du centre d’expertise Code, rattaché à la Haute École Thomas More d'Anvers, est spécialisée dans les troubles de l’apprentissage et du langage. Après une introduction sur la dyslexie et les méprises qui s’y rapportent, elle approfondira les difficultés rencontrées par les dyslexiques dans l’apprentissage d’une langue étrangère, en l'occurrence le néerlandais. À cette occasion, elle donnera également des indications pratiques permettant d'accompagner efficacement les apprenants dyslexiques.

Attention : Inscription avant le 22 mai via le formulaire en ligne sur le site de l’ANBF.

Lire la suite

Dossier: de verengelsing van universitaire opleidingen

3 Mai 2013 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #taalbeleid

Dossier: de verengelsing van universitaire opleidingen

Dossier : l'anglicisation des cours à l'université

En France et en Flandre, on s'émeut, on s'inquiète des conséquences de l'anglicisation croissante des cours assurés à l'Université ou dans les Hautes (B) et Grandes écoles (F).

1. Une enquête annuelle réalisée par la Nederlandse Taalunie en 2010 révêlait l'avis de la population sur cette question :

70% van de Vlamingen is niet blij met Engels aan de universiteit

Wat denkt u? Spreken de leraren op school over 50 jaar allemaal Engels? Bijna niemand gelooft dat. Dat is heel anders als het over universiteiten gaat.

In hoog tempo neemt aan de universiteiten in Nederland het Engels de plaats in van het Nederlands. Op de Vlaamse universiteiten is het Engels nu nog beperkt tot heel specifieke vakken, maar vanaf 2014 kunnen ze volledig Engelstalige masteropleidingen oprichten. Sinds 2005 is de verwachting dat universiteiten over 50 jaar Engelstalig zijn, toegenomen. Maar liefst 45% van de Nederlanders zou niet verbaasd zijn als er over 50 jaar alleen nog maar colleges in het Engels worden gegeven. Dat is haast twee keer zoveel als de Vlamingen. Of ze dat erg zouden vinden? Van de Nederlanders vindt 50% het erg.

De andere helft heeft er geen moeite mee. Vlamingen staan meer pal voor het Nederlands: 70% vindt het erg als het Nederlands aan de universiteiten plaats maakt voor het Engels.

In Suriname is er een andere situatie. Daar worden heel veel talen gesproken. Maar op de scholen en aan de Anton de Kom Universiteit in Paramaribo wordt in het Nederlands les gegeven. Van de Surinaamse ondervraagden zou het 35% niet verbazen als de leraren op school over 50 jaar les geven in het Engels.

En 30% van de Surinamers denkt dat over 50 jaar de voertaal op hun universiteit wel eens het Engels zou kunnen zijn.

Een masteropleiding in het Engels, een goede zaak?

Wie ingenieur wil worden, politieke wetenschapper of kernfysicus, moet vakliteratuur lezen en daarvoor is het nodig dé wetenschappelijke taal bij uitstek te kennen, het Engels.

Daarbij komt dat deze specialisten moeten kunnen deelnemen aan internationale congressen, stages en dergelijke. Ze moeten ook werk kunnen vinden in andere landen.

Eén gemeenschappelijke taal van de wetenschap is dan een pluspunt.

Maar wat als een arts alleen maar in het Engels is opgeleid en een ziekteverloop moet bespreken met een patiënt? Of als een jurist die alleen wetteksten in het Engels heeft bestudeerd, een cliënt moet bijstaan in een proces? Dan moeten ze wel de taal van de mensen spreken.

Daarom heeft de adviesraad van de Taalunie (de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren) erop aangedrongen bacheloropleidingen en opleidingen voor beroepen waar je mensen mee helpt, in het Nederlands te houden.

Dat is ook belangrijk voor de taal. Als we de toekomst van het Nederlands willen verzekeren, dan moet onze taal in alle omstandigheden bruikbaar blijven. Ook in de wetenschap.

Ludo Permentier

Bron : Taalpeil 2010 (Nederlandse Taalunie)

2. En août 2010, le magazine Knack donnait la parole à Jos Devreese, physicien, professeur émérite à l'Université d'Anvers (B) et à l'Université Technique d'Eindhoven (NL) :

Pleidooi tegen meer verengelsing, Knack, 25 augustus 2010. Lire le texte original ici : https://www.box.com/s/h3arg7ulmi06glfhvxg8

Les autorités académiques flamandes justifient leur choix d'anglicisation pour développer l'attractivité des universités flamandes, pour permettre l'enseignement de connaissances de haut niveau de la part de professeurs invités et permettre l'expérience à l'étranger des étudiants flamands. Mais le professeur Jos Devreese lui considère que l'ouverture à l'anglais permis par le décret de 2003 est suffisant. Il s'inquiète de la dégradation de l'enseignement en néerlandais qui en résulterait si on allait plus loin. Pour lui, il faut réserver l'anglais aux enseignements de spécialisation en master ou aux enseignements post-master."Ce n'est pas plus d'anglais qu'il faut introduire, mais plus d'excellence dans l'enseignement".

Pour justifier son choix, il argumente que donner des cours en anglais conduit à une baisse de qualité des enseignements : beaucoup d'enseignants maîtrisent imparfaitement l'anglais ; les étudiants appréhendent plus difficilement encore la matière enseignée et puis, on le sait, la connaissance des termes spécialisés, les concepts et le savoir-faire ne sont plus maitrisés dans leur propre langue maternelle par les étudiants.

Jos Devreese pense qu'il s'agit finalement d'un manque de respect de la Flandre vis à vis de sa propre langue. Jos Devreese fait référence aux autres pays européens : "Pensez-vous que l'Italie, l'Allemagne ou la France ne vont pas persister à enseigner dans leur langue pour l'enseignerment supérieur ?"

3. En France, Jacques Attali revient sur la question de l'anglais dans l'enseignement supérieur dans l'Express d'avril 2013 : Il ne mâche pas ses mots pour dénoncer cette évolution : "on ne peut pas imaginer une idée plus stupide, plus contre-productive, plus dangereuse et plus contraire à l'intérêt de la France." ...."Passer à l'anglais serait renoncer à faire connaître notre culture, notre civilisation et notre art de vivre, qui constituent des atouts principaux de la marque France.

Il reprend une bonne partie de l'argumentaire du professeur Jos Devreese y compris celui du mauvais niveau d'anglais des enseignants à qui on demande d'enseigner en anglais :

"Quand nos cours excellent, comme c'est le cas, notamment, en mathématiques et en médecine, les étudiants se précipitent pour venir étudier en français et en France. Les chercheurs de ces disciplines peuvent même publier des articles en français dans des revues anglophones." ...."S'il est des réformes urgentes à entreprendre en ce domaine, elles sont radicalement inverses à celle qui est envisagée. Il faut améliorer :
1. La réception des étudiants étrangers en France, en simplifiant procédures de visa, formalités d'inscription, recherche de logement, délivrance des cartes de bibliothèque et de restaurant.
2. L'apprentissage de l'anglais par les doctorants français.
3. La qualité de nos enseignements en français, pour qu'ils gardent ou retrouvent un niveau mondial.
Si le Parlement était assez aveugle pour voter la réforme prévue, ce serait un signe de pl
us donné par la France de l'abandon d'elle-même."

Lire la suite

Het Vlaams groeit aan elkaar

28 Avril 2013 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #nederlandse taal

Het Vlaams groeit aan elkaar

Als het artikel (1) dat Sarah van Hoof deze maand publiceert in het tijdschrift Nederlandse Taalkunde representatief is voor haar proefschrift, belooft dat een spannend, om niet te zeggen: verontrustend boek te worden.

(Het artikel heet Feit en fictie en haar proefschrift heet ook zo, dus ik neem aan dat het een samenvatting is van het ander. Maar het is dan een beetje vreemd dat ze dit artikel samen met haar collega Bram Vandekerckhove geschreven heeft én dat het proefschrift helemaal niet in de bibliografie genoemd is.)

Afijn, dat is allemaal natuurlijk niet verbazingwekkend. Maar vreemd en verontrustend is wel wat Van Hoof en Vandekerckhove in dit artikel beschrijven: dat er in Vlaamse tv-series steeds meer tussentaal wordt gebruikt, en steeds minder dialect én steeds minder standaardtaal.

Tussentaal is de naam voor het taalgebruik tussen dialect en Standaard Nederlands in dat in het dagelijks leven in Vlaanderen steeds meer gebruikt wordt. Van Hoof en Vandekerckhove laten zien dat dit ook voor tv-fictie: waar in de jaren tachtig op de Vlaamse tv ofwel standaardtaal gesproken werd ófwel dialect, worden allebei die uiteinden van het spectrum steeds minder gebruikt, ten gunste van de tussentaal.

Het onderzoek van de twee Antwerpenaren lijkt me onberispelijk: het is gebaseerd op het eindeloos turven van allerlei taalkenmerken in tv-series als De burgemeester van Veurne, Met voorbedachten rade, Slisse en Cesar en Van vlees en bloed.

Veel Vlaamse intellectuelen en politici verzetten zich al heel lang – en dus vergeefs – tegen tussentaal. De parlementariër Wilfried Vandaele (N-VA) noemde het bijvoorbeeld twee jaar geleden een 'kunstmatig taaltje (..) dat geen enkele reden van bestaan heeft'. Dat is laten we zeggen wetenschappelijk een weinig onderbouwde stelling: er is geen enkele reden om tussentaal minder 'natuurlijk' te noemen dan pakweg de standaardtaal en dat het reden van bestaan heeft, blijkt wel uit de voortdurende groei in het gebruik ervan.

Toch vond ik eerst iets verontrustends aan dat aan elkaar groeien: er is daardoor kennelijk steeds minder variatie te horen op de Vlaamse televisie. Iedereen begint steeds ééntaliger te worden, of eigenlijk tweetalig (omdat men ook nog Engels spreekt), met uitsluiting van allerlei andere variëteiten. Wie een beetje anders spreekt dan het gemiddelde wordt dan niet meer begrepen en niet meer ondertiteld.

Ik heb al eerder op Neder-L geschreven over die trend (bijvoorbeeld hier en hier). Hij is ook niet beperkt tot het Nederlandse taalgebied. Ik weet dat de Denen langzamerhand ook aan het convergeren zijn naar het Kopenhaagse dialect en het Engels en steeds meer moeite hebben om bijvoorbeeld andere Scandinavische dialecten te verstaan.

Maar ja, je kunt daar verontrust over zijn, en tegelijkertijd valt er weinig aan te doen. Het is misschien eigenlijk ook wel interessanter om na te denken over de vraag waar deze trend eigenlijk vandaan komt. Hoe komt het dat we in Europa onze blik steeds verder vernauwen met één soort taal voor in eigen land en één taal voor over de grenzen? Dat mensen steeds minder bereid zijn om zelfs maar passief een taal tot zich te nemen die een klein beetje anders is?

Heeft het misschien iets te maken met het effect dat de nieuwe media ook schijnen te hebben op opinievorming? Hoewel op internet eigenlijk iedere denkbare mening te vinden is, moedigt het tegelijkertijd mensen aan zich vooral in eigen kring te gaan begeven? Dat is dan in zekere zin begonnen met het uitbreiden van het aantal tv-kanalen. Toen Nederland en Vlaanderen commerciële tv kregen, kregen we bijvoorbeeld over en weer minder behoefte elkaars programma's te bekijken.

Terwijl de wereld op alle mogelijke manieren via tablets de wereld binnenkomt, maken we een steeds beperktere keuze uit het aanbod. Zou dat het zijn?

[1] Sarah Van Hoof & Bram Vandekerckhove, Feiten en fictie, Taalvariatie in Vlaamse televisiereeksen vroeger en nu

http://www.clips.ua.ac.be/sites/default/files/van_hoof_vandekerckhove_nt_2012.pdf

Marc van Oostendorp.

Marc van Oostendorp is senior-onderzoeker op het Meertens Instituut en hoogleraar Fonologische Microvariatie aan de Universiteit Leiden (en voorzitter van de onderzoeksmaster taalkunde aldaar).Hij heeft een wekelijkse rubriek over taal op Radio Noord-Holland, verzorg de gratis nieuwsbrief Taalpost en schrijf over taal voor onder andere Onze Taal en Sargasso. Op Neder-L, het elektronisch tijdschrift voor neerlandistiek heb ik een bijna dagelijkse column.

Bron : http://nederl.blogspot.nl/

Lire la suite

Quelques nouvelles sur l'initiative pour le néerlandais

19 Avril 2013 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #réseau IN netwerk

Quelques nouvelles sur l'initiative pour le néerlandais

Chers amis du néerlandais de l'Eurométropole Lille-Kortrijk-Tournai et ... au delà,

Nous allons ici vous rappeler brièvement l'origine de notre initiative et ce que nous avons entrepris depuis un an maintenant après accord sur la démarche proposée d'avril 2012.

Cet article ne dévoile qu'en partie notre diagnostic et les pistes de solutions que nous proposons. Ceci constitue l'objet d'un rapport qui sera présenté en assemblée plénière du Forum de l'Eurométropole en juin 2013 prochain.

Bref historique : Cette initiative succède aux travaux préliminaires de la COPIT (projet Grootstad) (1990-2006) et aux analyses, réflexions et propositions du groupe Transfrontalia (2005-2010) : se connaître, se comprendre se parler dans l'Eurométropole Lille-Kortrijk-Tournai. Un projet a été déposé auprès du fonds européen INTERREG. Mais sans succès. Voici le lien du rapport du groupe Transfrontalia :

http://www.lillemetropole.fr:8030/service/webeditor/fckeditor_2.0/editor/gallery_files/site/83863/146122.pdf

Un groupe de travail a été mis en place en relation avec une note de cadrage expliquant sa démarche en mars 2012 se focalisant essentiellement sur la situation de l'apprentissage du néerlandais pour adultes dans les 3 secteurs français(F), flamand (VL) et wallon (W) de l'Eurométropole.

Le diagnostic : La volonté a été de réaliser des entretiens avec l'ensemble des parties prenantes selon la méthode connue en sciences sociales des entretiens semi-directifs. 30 entretiens ont été réalisé entre aout 2012 et mars 2013 de 1h 30 à 2 h chacun. Grâce à celui-ci, des problèmes imbriqués ont été mis en évidence et des pistes de solution identifiées. En préalable, une base documentaire informatisée a été mise en place pour donner accès aux travaux antérieurs : rapports, articles de presse ou de revues scientifiques. En outre, un blog/site expérimental que vous avez sous les yeux a été créé, sans attendre, pour rassembler et diffuser l'information concernant les possibilités offertes d'apprentissage du néerlandais dans les différents territoires de l'Eurométropole.

Les points-clés du diagnostic :

  • Des motivations pour apprendre le néerlandais très différentes selon les 3 régions : globalement on apprend plus par contrainte emploi/carrière/acquisition citoyenneté que par désir et plaisir...
  • Des organismes de formation avec une tutelle claire en VL et W, mais obscure, inefficace car plurielle en F.
  • Une absence de coopération / mutualisation de moyens entre les organismes de formation d'une même région et entre les régions
  • Une logique dominante de gestion équilibrée / de production de cours ... mais non de réussite ou de service public (continuité des cours non garantie d'une année à l'autre) à de très rares exceptions
  • Des offres de formation relativement cadrées et normalisées en volume horaire total et horaire hebdomadaire en VL et en W mais très disparates et qui interrogent en F vue la maigreur du volume horaire quelquefois proposé (30 heures /an). En effet en VL et W, il existe des dispositions ("circulaires") cadrant les volumes horaires proposés, le niveau visé en fin de cours en relation avec le Cadre Européen Commun de Référence pour les Langues (CECRL) Voir en particulier : en 2010, la circulaire n°3374 https://www.box.com/s/ughaibmtfn2ymv2g9lb1 et en 2013, la circulaire n°4247, https://www.box.com/s/pcwzx5gs7p5x31n389xg
  • Des enseignants/formateurs employés dans ces organismes avec des contrats précaires et peu rémunérés ; les enseignants et formateurs circulent d'un établissement à l'autre... avec pour conséquence, peu/pas de temps pour des échanges d'expérience entre profs ou du perfectionnement individuel.
  • Des apprenants qui doivent résister à la démotivation induite par les abandons nombreux en 1ère année et par des conditions pédagogiques médiocres : groupes trop nombreux, hétérogénéité de niveau, non continuité assurée d'une année à l'autre de l'offre de cours.
  • Un environnement peu favorable pour poursuivre au delà des cours: non-accessibilité à la presse, aux médias, livres, CD/DVD néerlandophones sauf en VL. Avec la diffusion de la télévision par ADSL à haut débit, on constate qu'on ne peut plus recevoir la télévision des voisins de l'autre côté de la frontière !
  • Le néerlandais dans le supérieur : Des incertitudes menaçantes pour l'avenir universitaire du néerlandais, vu le peu d'étudiants inscrits dans les filières LEA ou LCE; cette situation est aggravée par le manque d'étudiants poursuivant en master, puis doctorat.
  • Le néerlandais en primaire et secondaire : Malgré les initiatives volontaristes en primaire, peu d'élèves poursuivent en 1ère ou 2ème langue dans le secondaire en F. En outre, le territoire de la métropole lilloise est inégalement doté en établissements proposant le néerlandais ; idem en W où malgré le succès de l'enseignement primaire en immersion, peu continuent le néerlandais en 1ère langue dans le secondaire.

Quelques pistes d'action en projet :

  • Fédérer tous les acteurs et parties prenantes (sous une forme juridique à définir) au sein d'un réseau porteur pour le développement du néerlandais, de son apprentissage et son usage ; aujourd'hui, toutes les parties prenantes se battent, se "dépatouillent" de manière isolée ;
  • Mettre en place une fondation de soutien (ou un fonds) alimenté par des acteurs publics ou privés des trois régions destiné à pérenniser et à améliorer les actions existantes ou celles qui pourraient être proposées pour l’apprentissage du néerlandais et qui pourrait mener ou soutenir des actions de communication et de promotion du néerlandais des deux côtés de la frontière.
  • Créer un lieu de rencontre, d'accueil, de conseil et de documentation ("Centre du Néerlandais de Lille") où pourraient avoir lieu des animations, conférences-débats, cafés néerlandophones en sus de prêt de livres/CD/DVD et de la possibilité de trouver la presse néerlandophone. Cette maison complètera l'apport d'information offert par le blog/site "Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands".
  • Mettre en place une information/sensibilisation itinérante au néerlandais à destination des parents d'élèves, élèves et grand public (s'inspirer du concept DeutschMobil utilisé pour l'allemand).
  • Réaliser une enquête périodique sur le multilinguisme NL/FR des deux côtés de la frontière linguistique.
  • Cadrer (en s'inspirant des directives en place en Flandre et Wallonie) les offres de formation pour adultes sous forme d'un référentiel et pratiquer une labellisation des offres de formation.

Et maintenant ...

Bien évidemment ces pistes d'action seront évaluées, enrichies en concertation avec tous les acteurs et parties prenantes. D'ores et déjà, nous avons organisé et nous poursuivrons des rencontres exploratoires avec des universitaires, des représentants des enseignants du néerlandais du secondaire, des responsables d'associations culturelles et bien sûr des élus des territoires français, wallons et flamands de l'Eurométropole. Si vous êtes comme nous inquiet pour l'avenir du néerlandais, vue la fragilité de sa situation actuelle, vous avez la possibilité de nous contacter à amisduneerlandais@voila.fr

M.E.

Lire la suite

Fons Trompenaars over globalisering en intercultureel management

12 Avril 2013 , Rédigé par Fons Trompenaars Publié dans #interculturel

Aan de hand van vele voorbeelden zal Trompenaars een aantal dilemma's bespreken waarmee wij regelmatig geconfronteerd worden in en door social media:

Globalisering ("rest of world"-mentaliteit) vs. de multi-local company;
• Onafhankelijkheid (iedereen vindt het wiel opnieuw uit) vs afhankelijkheid (input van experts);
• Collectieve intelligentie (group think) vs. verspreide kennis (complexiteit);
• Realtime (continue afleiding) vs. research (de molensteen van bewijs);
• Transparantie (publieke geheimen) vs. geslotenheid ("for your eyes only").


Social media zorgen ervoor dat we meer en meer worden geconfronteerd met deze dilemma's en de verschillende (culturele) interpretaties ervan. We zullen onszelf dan ook moeten gaan trainen om via 'reconciliation' deze dilemma's te tackelen.

Bron : Emesa Connect 2013

Fons Trompenaars over globalisering en intercultureel management

Alfonsus (Fons) Trompenaars (born 1953) is a Dutch organizational theorist, management consultant, and author in the field of cross-cultural communication known for the development of Trompenaars' model of national culture differences.

Biography: Born in Amsterdam Trompenaars in 1979 received his MA in Economics at the Vrije Universiteit and in 1983 his PhD from the Wharton School of the University of Pennsylvania for the thesis The Organization of Meaning and the Meaning of Organization.
In 1981 Trompenaars started his career at the Royal Dutch Shell Personnel Division, working on job classification and management development. In 1989 together with Charles Hampden-Turner he founded and directed the consultancy firm Centre for International Business Studies, working for such companies as BP, Philips, IBM, Heineken, AMD, Mars, Motorola, General Motors, Merrill Lynch, Johnson & Johnson, Pfizer, ABN AMRO, ING, PepsiCo, Honeywell. In 1998 the company was bought by KPMG and renamed
"'Trompenaars Hampden-Turner.
Trompenaars was awarded the International Professional Practice Area Research Award by the American Society for Training and Development (ASTD) in 1991. Subsequently, In 1999 Business magazine ranked him as one of the top top 5 management consultants next to Michael Porter, Tom Peters and Edward de Bono In 2011, he was voted one of the top 20 HR Most Influential International Thinkers by HR Magazine. In 2011 and 2013 he was ranked in the Thinkers50 of the most influential management thinkers alive Positions - Co-Director at the Servant-Leadership Centre for Research and Education (SLCRE) at the Vrije Universiteit, Amsterdam. - Member of Advisory Board Webster University Leiden. - Distinguished Advisor of Centre for TransCultural Studies at Temasek Polytechnic, Singapore. - International Director at the International Society for Organisational Development. - Faculty member at the Global Institute for Leadership Development (GILD). - Judge of the Fons Trompenaars award for Innovation and Creativity at the Australian Human Resources Institute (AHRI).

Lire la suite

Stimuleren taalomgeving - Comment la ville de Courtrai encourage la pratique du néerlandais

12 Avril 2013 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #taalbeleid

Stimuleren taalomgeving - Comment la ville de Courtrai encourage la pratique du néerlandais

La ville de Courtrai (Kortrijk) mène une politique(1) visant à l'intégration et à la pratique du néerlandais des migrants. Elle utilise toute une gamme de moyens différents : offre de cours de langues en journée et le soir, groupes de conversation, tables de conversation, bibliothèque et Maison du Néerlandais (Huis van het Nederlands) de Flandre Occidentale pour ne donner que quelques exemples. M.E.

Taal is belangrijk voor wie zich thuis wil voelen in de stad. Taal brengt mensen samen. Taal mag geen drempel zijn om te leren, werken, communiceren,...Daarom wil de stad via verschillende projecten van Kortrijk een taalrijke omgeving maken.

- Wil je een overzicht van alle plaatsen in Kortrijk met een informeel en formeel NT2-aanbod (NT2: Nederlands leren als tweede taal)? http://www.kortrijk.be/producten/brochure-nederlands-leren-voor-volwassenen

- Wil je proeven van het bestaande vrijetijdsaanbod van de stad? Ga naar 'Bijt in je vrije tijd'. http://www.kortrijk.be/leven-en-welzijn/samenleving/integratie-en-nieuwkomers/integratie-en-diversiteit/stimuleren-taalomg-3

- Tijdens de Praattafel oefen je je Nederlands. Je praat samen met anderen en er is een professionele begeleider. http://www.kortrijk.be/leven-en-welzijn/samenleving/integratie-en-nieuwkomers/integratie-en-diversiteit/stimuleren-taalomg-1

- Terugbetaling van het inschrijvingsgeld van een cursus Nederlands voor mensen die het financieel moeilijk hebben. http://www.kortrijk.be/leven-en-welzijn/samenleving/integratie-en-nieuwkomers/integratie-en-diversiteit/stimuleren-taalomg-4

- Project Oefen hier je Nederlands http://www.kortrijk.be/leven-en-welzijn/samenleving/integratie-en-nieuwkomers/integratie-en-diversiteit/stimuleren-taalomg-0

- In de bibliotheek is er een aanbod om Nederlands te leren. http://www.kortrijk.be/leven-en-welzijn/samenleving/integratie-en-nieuwkomers/integratie-en-diversiteit/stimuleren-taalomg-5

- Er is een overleg Nederlands tweede taal. http://www.kortrijk.be/leven-en-welzijn/samenleving/integratie-en-nieuwkomers/integratie-en-diversiteit/stimuleren-taalomg-6


(1) Wil je meer weten over het talenplan? Pour en savoir plus sur la politique linguistique de Courtrai : http://www.kortrijk.be/leven-en-welzijn/samenleving/integratie-en-nieuwkomers/integratie-en-diversiteit/stimuleren-taalomg-7

Lire la suite

Het Nederlands is nog lang geen Engels

5 Avril 2013 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #nederlandse taal

Het Nederlands is nog lang geen Engels

Het Nederlands is nog niet dood, en een – al dan niet vijandige – overname door het Engels is niet voor morgen. Maar het cliché van de ‘taalzuivere’ Vlaming en de Engelsminnende Nederlander kan wel opgeborgen worden. “De Vlaming is zijn puristische reflex zo goed als kwijt”, stelt taalkundige Eline Zenner in haar doctoraat, waarvoor ze de invloed van het Engels op het Nederlands onderzocht.

“Geen enkele andere taal heeft momenteel zo’n grote invloed op het Nederlands als het Engels”, vertelt Eline Zenner. “Maar hoe ‘erg’ is het eigenlijk gesteld? Neemt de invloed van het Engels nu echt met reuzenstappen toe? En beperkt zich dat dan tot woorden en uitdrukkingen, of is er soms sprake van echte code switching, waarbij Nederlandse en Engelse zinnen worden gemengd?”

Om dat na te gaan, onderzocht Zenner in eerste instantie 14.000 jobadvertenties. “Die combineren twee domeinen die erg gevoelig zijn voor het Engels: de reclame- en de zakenwereld. Ik bekeek de advertenties die tussen 1989 en 2008 verschenen in het Vlaamse blad Vacature en in het Nederlandse Intermediair. Het aantal vacatures dat volledig in het Engels was opgesteld, steeg in die twintig jaar gevoelig, van een kleine 3 procent in de periode ‘89-’95 tot meer dan 12 procent in de periode 2005-2008. De invloed van het Engels neemt dus zeker toe, maar dramatisch voor het Nederlands zou ik het niet noemen: het blijft ‘slechts’ één keer op acht in een gevoelig domein.”

“Ik keek ook hoe vaak er Engels gebruikt werd voor de functietitel. Daar is de stijging en het aandeel wel groter: van 1 keer op 7 in de periode ‘89-’95 naar meer dan de helft Engelstalige functietitels in de periode 2005-’08. Vooral sectoren als IT en consultancy zijn er gevoelig voor.”

Purisme is passé

Het cliché wil ook dat Nederlanders sneller geneigd zijn Engels te gebruiken dan de ‘taalzuivere’ Vlamingen. Zenner: “In Nederland is het Nederlands al vanaf de Verlichting gaan standaardiseren. Vlaanderen heeft pas veel later – vooral vanaf de jaren 1960 – de inhaalbeweging naar de Nederlandse standaardtaal ingezet. Het heeft toen in een puristische reflex de Franse leenwoorden in de ban gedaan – en in één moeite ook leenwoorden uit andere talen, zoals Engels en Duits. Nederland kende die reflex niet.”

“Van die puristische erfenis vind je nog wel sporen terug: in Vlaanderen gebruikt men in job-advertenties nog minder Engelse functietitels dan in Nederland. Maar dat is slechts een historische achterstand: de snelheid waarmee het Engels toeneemt, is in beide landen even sterk. Het Vlaamse purisme leeft dus niet echt meer. Je ziet bijvoorbeeld dat er vandaag in Vlaanderen zelfs meer volledig Engelstalige advertenties verschijnen dan in Nederland. Dat is ook logisch: in een tweetalig land als België is het vaak praktischer om meteen voor een Engelstalige advertentie te kiezen die beide taalgroepen begrijpen.”

Expeditie Engels

Zenner wilde ook de invloed van het Engels in spontaan taalgebruik nagaan. Daarvoor wendde ze zich tot een erg originele ‘databank’: drie seizoenen van het reality-programma Expeditie Robinson. “De deelnemers van dat programma vormen een mooie diverse groep van verschillende sociale lagen, Nederlanders en Vlamingen, jong en oud ... Ik inventariseerde hun emotioneel taalgebruik: woorden en uitdrukkingen van het genre ‘Oh shit’, ‘Oh my god’ en ‘Da meende nie!’”

“De opvallendste trend: Engels werd vooral gebruikt door de ‘yuppies’ – mannelijk, jonger dan dertig, stedelijk en hoogopgeleid – om negatieve emoties uit te drukken. Van echt ‘codeswitchen’ naar het Engels was geen sprake: het bleef beperkt tot catchphrases als ‘Ready to rumble!’ en ‘Go for it!’ Verder bevestigde Expeditie Robinson nog maar eens dat Nederlanders niet vaker Engels hanteren dan Vlamingen. Wel opvallend was dat de Nederlanders ‘accommodeerden’: ze pasten hun taalgebruik aan als ze met Vlamingen spraken: ze gingen minder Engels gebruiken. De Vlamingen deden dat niet. Blijkbaar leeft het cliché in hun hoofden dus toch best wel nog sterk.”

Conclusie? “Er sluipt wel meer Engels in het Nederlands binnen, maar het Nederlands wordt niet bedreigd. De invloed van het Engels beperkt zich grotendeels tot de woordenschat, en piekt vooral in specifieke omgevingen zoals de reclamewereld.”

Wouter Verbeylen

______________________________________________________________________

Nanny vs. kinderoppas

Wat maakt een Engels leenwoord succesvol? Eline Zenner: “Soms is een leenwoord populairder dan het Nederlandse alternatief, zoals ‘hooligan’ tegenover ‘voetbalvandaal’, soms is het net andersom. Maar waarom is dat?”

“In een krantenarchief heb ik persoonsaanduidende zelfstandige naamwoorden geturfd – genre ‘babysitter’ en ‘soulmate’ – en ik heb het relatieve succes tegenover hun Nederlands synoniem bekeken.”

“Een Engels leenwoord blijkt vooral veel kans op succes te hebben als er nog geen Nederlands alternatief voor bestaat. Denk aan ‘webmaster’, of ‘workaholic’: ‘werkverslaafde’ is nadien nooit echt populair geworden. Omgekeerd heeft een woord als ‘wiseguy’ beduidend minder succes: we kennen al eeuwenlang Nederlandse synoniemen als ‘betweter’ of ‘wijsneus’.”

Er zijn nog andere, minder uitgesproken patronen: een Engels woord dat korter is dan het Nederlands alternatief – ‘nanny’ vs. ‘kinderoppas’ – zullen we bijvoorbeeld sneller adopteren dan een woord waarvan het Nederlands synoniem korter is – ‘teenager’ vs. ‘tiener’.

Bron : KU Leuven - Campuskrant Jaargang 24 nr. 07 (27 maart 2013)

Lire la suite

Pourquoi apprendre le néerlandais est-il aussi important ? Et si on s'inspirait de l'exemple alsacien ...

29 Mars 2013 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #taalbeleid

Pourquoi apprendre le néerlandais est-il aussi important ? Et si on s'inspirait de l'exemple alsacien ...

Ce petit résume tout. La "langue du voisin", son apprentissage, son usage et sa connaissance sont au coeur des enjeux transfrontaliers, mais aussi un facteur important du développement économique, social et culturel de la région Nord-Pas-de-Calais.

C'est d'ailleurs ce que rappelle opportunément, à plusieurs reprises le rapport, "Apprendre les langues - Apprendre le monde" rédigé par le Comité Stratégique des Langues du Ministère pour le compte du Ministère de l'Education Nationale de France en janvier 2012. http://media.education.gouv.fr/file/02_Fevrier/91/5/Apprendre-les-langues-Apprendre-le-monde_206915.pdf

Le "tout anglais" ne suffit pas. Les régions maitrisant le multilinguisme auront un avantage compétitif sur le plan économique. Nous allons revenir sur ces principaux enjeux :

Economique-technique et social : accès au marché du travail flamand ou néerlandophone aux francophones, coopérations en matière de recherche et d'innovation entre les deux mondes linguistiques, meilleure compréhension entre des pratiques professionnelles et cultures différentes dans la façon d'appréhender des problèmes entre nos trois régions et bien sûr facilitation de l'exportation.

Sur ce dernier point, il est bon de se rappeler quelques chiffres. En 2011, le Benelux représente le 2ème partenaire commercial en volume de la France juste après l’Allemagne pour les exportations et les importations. La France est après les Pays-Bas (1er) et l’Allemagne (2ème) le 3ème fournisseur de la Belgique.

La France représente aussi le 2ème client de la Belgique après l’Allemagne (1er) et devant les Pays-Bas (3ème). Ils montrent l'importance du Benelux comme partenaire dont 85% environ de la population parle le NL et ses variantes régionales comme langue maternelle. La Flandre et les Pays-Bas sont aussi des pays où le taux de chômage est un des plus faibles en Europe. Enfin ce sont des pays de haut niveau de développement scientifique, technologique et où le système éducatif et universitaire est reconnu de très bon niveau. Connaître une langue comme le néerlandais permet l'accès à la connaissance de certains domaines où les néerlandophones ont des acquis : mobilité urbaine alternative, urbanisme, architecture, lutte contre la submersion marine, écologie, dynamisme entrepreneurial et réseau de PME-PMI...

Encore une fois, rappelons qu'une petite proportion seulement des rapports, publications de toute sorte est traduite en anglais. Décidemment tout miser uniquement sur l'anglais (mal parlé en plus par nombre de francophones est inefficace !

Sur le plan de l’emploi, Philippe Hiligsmann, professeur à l’Université de Louvain-La-Neuve (UCL) enfonce le clou depuis plusieurs années car la situation n'est pas tellement meilleure en Wallonie toute proche :

« Malgré toutes les enquêtes qui montrent donc clairement qu’en Belgique, le néerlandais est un atout indispensable en vue de l’employabilité et malgré le succès croissant de l’enseignement en immersion en Wallonie, le manque de francophones bilingues néerlandais-français sur le marché de l’emploi est criant, que ce soit dans le secteur privé ou dans l’enseignement où la pénurie d’enseignants de néerlandais est de plus en plus préoccupante…

Pour leur part, les jeunes (et leurs parents ?) doivent prendre véritablement conscience du fait que "se donner la peine d’apprendre la langue du voisin - plutôt que de trouver naturel que lui apprenne la nôtre, ô combien supérieure - n’a rien d’un passe-temps minable ou futile : c’est un effort qui honore et enrichit celui qui le consent, et une condition cruciale pour améliorer la compréhension, instaurer la confiance et exprimer le respect" (Philippe Van Parijs, UCL).

Culturel : rapprochement de peuples voisins et redécouverte de racines culturelles et d'un patrimoine commun (architecture, urbanisme, peinture, musique, fêtes, gastronomie...) et d'un apport important en création : littérature, danse, cinéma, peinture, musique...

Politique : Dépassement des frontières au niveau des élus, politiques, associatifs, citoyens qu'ils soient au niveau régional, sub-régional ou communal pour minimiser les barrières d'incompréhension, et travailler à la disparition des multiples frontières administratives, psychologiques et sociales, faciliter la résolution de problèmes transfrontaliers.

Les choix lillois et strasbourgeois à comparer et méditer !

Face aux arguments que nous venons d'énoncer sur les enjeux, il est temps de maintenant de regarder la réalité en face : Eh oui et c'est la où le bas blesse, quand on commence à regarder de près les choix linguistiques des élèves du secondaire de l'agglomération lilloise par rapport à celle de Strasbourg.

C'est ce que révèle une petite étude de l'Agence de Développement et d'Urbanisme de Lille Métropole de juin 2012 http://www.adu-lille-metropole.org/documentbibliotheque/pdf/1490.pdf

Dans le premier cas (Lille Métropole), 98 % des élèves apprennent l'anglais, 41 % l'espagnol, 15 % l'allemand (c'est mieux que dans un passé récent !) et... un petit 0,5% le néerlandais langue de deux pays voisins.

Dans le deuxième cas, le choix pour l'anglais reste massif (92%), mais vient en deuxième position l'allemand, langue du voisin avec 63% et puis l'espagnol vient en 3ème position avec 17%.

Cette bonne position de la langue du voisin dans le cas de Strasbourg ne vient pas du hasard mais d'un effort conjoint de l'Education Nationale, de la région Alsace, du recteur de l'Académie et des deux conseils généraux avec une traduction sous forme déjà de deux conventions : la première valide pour la période 2000-2006 et la seconde en date pour 2007-2013. http://www-zope.ac-strasbourg.fr/sections/rhin_superieur_europ/les_langues_vivantes/convention_sur_la_po

Comment expliquer la place minuscule du néerlandais au sein de Lille Métropole (0,5 %) malgré sa position frontalière et la place du Benelux dans les échanges commerciaux ? L'auteur de ces notes renvoie la responsabilité aux décisions rectorales et à la faible implication des politiques dans ces choix linguistiques et recommande d'agir autrement : "Si devenir une des grandes métropoles européennes du futur constitue bien un de nos objectifs stratégiques, ceci suppose cependant de proposer des solutions dépassant largement le cadre scolaire"…."Dans ce contexte, l’offre éducative, et en particulier celle des langues vivantes enseignées, peut constituer un élément déterminant de différenciation pour un territoire."

Pour conclure, Il est temps d'avoir un discours de vérité par rapport aux élèves, parents d'élèves ou futurs étudiants.

- Le trio linguistique anglais, allemand, néerlandais a du sens, même si cela évoque moins "le beau temps et le sable chaud" que le duo anglais, espagnol !

- Le choix aussi massif de l'espagnol est irrationnel, absurde ! On ne choisit pas une langue, parce qu'elle est facile ou parce qu'elle a un "goût de vacances" mais par rapport à l'accès souhaité à une culture littéraire, scientifique, technologique ou artistique, à des savoirs d'un futur professionnel souhaité.

Visualiser ici les choix des différents pays européens dans cette étude de la communauté européenne Europeans and their languages, Special Eurobarometer, European Commission, november 2006, en particulier pages 32 et 33.

http://ec.europa.eu/public_opinion/archives/ebs/ebs_243_en.pdf

M.E.

Lire la suite

Essaywedstrijd "Ik studeer Nederlands omdat..."

15 Mars 2013 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #taalbeleid

Essaywedstrijd "Ik studeer Nederlands omdat..."

Beste student(e) Nederlands,

Beste docent(e) Nederlands,

“Ik studeer Nederlands omdat…” is een zinnetje dat iedere student op zijn eigen manier zal aanvullen. Bij de keuze van een taal heeft iedereen immers zijn eigen motivatie en vaak ook zijn eigen verhaal. Dat verhaal is nu eens heel rationeel dan weer romantisch, nu eens anekdotisch dan weer strategisch, maar in een wereld van anglofone globalisering is het telkens weer boeiend om al die individuele verhalen te horen. Vooral ook omdat wie een kleinere taal als het Nederlands leert, nogal eens op verbazing en ongeloof stuit. Verbazing en ongeloof kunnen snel omslaan in sympathie en bewondering als er enthousiast verteld en gemotiveerd wordt.

Dat enthousiasme en die motivatie wil het Algemeen-Nederlands Verbond (ANV) graag op papier zien. En daarom organiseert het ANV een essaywedstrijd onder de uitdagende titel “Ik studeer Nederlands omdat…”. Aan de essaywedstrijd is een mooie prijs verbonden: je kunt er een reis naar de Nederlanden mee winnen. De moeite dus om achter je toetsenbord te gaan zitten en je heel persoonlijke verhaal te doen. Het ANV wil met deze prijs alle studenten Nederlands een hart onder de riem steken en extra motiveren om anderen te laten delen in hun enthousiasme en liefde voor het Nederlands.

Voor docenten is de wedstrijd een uitstekende kans om hun studenten een opdracht te geven waar ook nog eens wat mee te winnen valt: een reisje is immers altijd mooi meegenomen! Het is misschien een idee om in de eigen groep al een wedstrijd te organiseren over dit thema.

Een vorige uitgave van de wedstrijd was een groot succes; dankzij de hoge kwaliteit en de grote diversiteit van de bijdragen heeft het ANV toen een inspirerend bundeltje van dertig opstellen kunnen samenstellen met openhartige, ontroerende, vertederende, geestige, verrassende, aanstekelijke lectuur voor al wie van het Nederlands houdt.

Het ANV kijkt opnieuw uit naar een rijk geschakeerd palet aan inzendingen uit de hele wereld en rekent op de warme steun van alle docenten voor de taal en de cultuur die ze altijd weer met zo veel inzet en liefde introduceren.

Wij hopen van harte dat u wilt meewerken om deze wedstrijd tot een succes te maken. Een gemakkelijk te printen affiche hebben wij met het reglement meegezonden. Ook kunt u gratis ansichtkaarten bij het ANV bestellen.

Met hartelijke groet namens het ANV,

Prof. dr. Ludo Beheydt,

Nederlandse taalkunde en Nederlandse Cultuur– Université catholique de Louvain

Lees voor de voorwaarden het reglement.
Download het affiche.
Bestel gratis ansichtkaarten bij: info@anv.nl.

Lire la suite

Zijn Nederlands en Vlaams nog wel één taal?

13 Mars 2013 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #nederlandse taal

Nederland en Vlaanderen groeien taalkundig steeds verder uit elkaar. Hoewel vooral de overheid er alles aan doet om eenheid te suggereren, is er van zo'n eenheid eigenlijk nauwelijks sprake. Nederlanders en Vlamingen luisteren nauwelijks naar elkaar en trekken zich steds minder van elkaar aan, op taalgebied.
Dat kun je concluderen uit een artikel (1) van de (Vlaamse) hoogleraar Johan De Caluwé in het tijdschrift Internationale neerlandistiek. De Caluwé zet een groot aantal feiten op een rij. Steeds blijkt: er zijn steeds minder mensen die Nederland en Vlaanderen als één taalgebied beschouwen.
De commercie doet het in ieder geval allang niet meer. Buitenlandse (kinder-)films die worden nagesynchroniseerd kiezen twee groepen acteurs; oorspronkelijke films worden soms opnieuw gemaakt. De tijdschriftenmarkt is volkomen gesplitst – er zijn een Nederlandse en een Vlaamse Libelle –, men kijkt over en weer nauwelijks naar elkaars tv-programma's, enzovoort.
Zelfs als het over taal gaat, is de spreiding groot. Het Nederlandse tijdschrift Onze Taal heeft slechts weinig Vlaamse abonnees, het Vlaamse Over taal nauwelijks Nederlandse. De Caluwe noemt Neder-L als een forum dat wel over de grenzen kijkt, maar ook ons bloggersbestand is in over grote meerderheid van benoorden Wuustwezel. Op wetenschappelijk gebied zijn er in Nederland in recente jaren een paar grote projecten van taalbeschrijving gestart – Nederlab, Taalportaal, Begrijpelijke Taal – waarin het Vlaamse aandeel gering is.
De asymmetrie gaat in de laatste gevallen overigens steevast dezelfde kant op:Onze Taal heeft onvergelijkelijk meer leden/abonnees dan Over taal. De wetenschappelijke projecten worden wel door de Nederlandse overheid gesubsidieerd, maar niet door Vlaanderen. Wij hebben bij Neder-L heus ons best gedaan om Vlaamse bloggers te vinden, maar die wilden niet; bovendien bestaat er in Vlaanderen ook geen eigen pendant. In weerwil van sommige cliché-beelden ('de Vlamingen, die zijn pas echt trots op en geïnteresseerd in hun taal'), lijkt in Nederland de wetenschappelijke én de publieke belangstelling voor taal veel groter dan in Vlaanderen.
Hoewel De Caluwe dat niet met zoveel woorden zegt, kun je uit zijn artikel opmaken dat er altijd een ideologische reden is als er wel moet worden samengewerkt. Er is altijd iemand of een instantie (de Taalunie, het Algemeen Nederlands Verbond) aan de gang die om de een of andere reden meent dat het goed of nuttig of profijtelijk is als er over de grenzen wordt samengewerkt.
Zodra die ideologie wegvalt, en alles wordt overgelaten aan een vrij spel van maatschappelijke krachten, trekt zich men niets van elkaar aan. (Nog wat voorbeelden, niet door De Caluwe genoemd: Van Dale organiseert aparte verkiezingen voor een 'woord van het jaar' in de twee landen, tv-programma's worden over en weer ondertiteld.)
Ik vraag me daarom af of de term 'pluricentrisme' die De Caluwe gebruikt nog wel lang van toepassing zal zijn, en of er in zijn eigen artikel niet zelf uiteindelijk nog wat ideologie doorklinkt: het woord suggereert dat er toch nog één taalgebied is, zij het met meer dan een centrum. Maar als er zelfs geen betrouwbare trein meer rijdt van de ene hoofdstad naar de andere, hoelang kun je dan nog van één gebied spreken?

Marc van Oostendorp

Bron : Neder-L (Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek) http://nederl.blogspot.nl

(1)Johan de Caluwe (Universiteit Gent), Nederland en Vlaanderen: (a)symmetrisch pluricentrisme in taal en cultuur, http://www.internationaleneerlandistiek.nl/cgi/t/text/get-pdf?c=ivn;idno=5101a03

Lire la suite

LABEL EUROPÉEN DES LANGUES : Concours 2013

8 Mars 2013 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #taalbeleid

LABEL EUROPÉEN DES LANGUES : Concours 2013

Le Label européen des langues, co-organisé par la Fédération Wallonie-Bruxelles, le FOREM, Bruxelles-Formation et l’Agence pour l’Education et la Formation tout au long de la vie (AEF-Europe), à l’initiative et avec le soutien de la Commission européenne, est destiné à valoriser et encourager des initiatives innovantes dans l’enseignement et l’apprentissage des langues.

Il récompense les nouvelles méthodes dans le domaine de l’enseignement des langues, participe à leur notoriété et favorise ainsi les bonnes pratiques. En soutenant les initiatives innovantes, à l’échelle locale et nationale, le Label cherche à améliorer la qualité de l’enseignement linguistique dans toute l’Europe.

Vous aussi participez.

Attention, la date limite de dépôt des candidatures est le 15 mars 2013.

En savoir plus ici :

Formulaire de candidature http://www.aef-europe.be/documents/LABEL2013formulaire-de-candidature2013_rev2.doc

Règlement http://www.aef-europe.be/documents/LABEL2013formulaire-de-candidature2013_rev2.doc

Source :Agence francophone pour l'Education et la Formation tout au long de la vie

Lire la suite

Jongeren krijgen een stem in de Taalunie

7 Mars 2013 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #taalbeleid

Jongeren krijgen een stem in de Taalunie

Taalunievoorzitter Pascal Smet vuurde dinsdag vragen over het Nederlands af op 700 scholieren uit Nederland en Vlaanderen. Daarmee gaf hij het startsein voor de Taalunie Jongerenraad. De scholieren waren in deSingel in Antwerpen bijeen voor de uitreiking van de literaire jongerenprijs De Inktaap.

De minister legde drie stellingen voor waarop de scholieren met een stemkastje konden reageren.

Moet er een Nederlandstalige inzending naar het Eurovisie Songfestival? Een meerderheid van 65,4 % vindt van niet. De minister sloot zich daarbij aan.


Opvallend was dat van de jongeren, die hier per slot van rekening bij elkaar waren om over Nederlandstalige literatuur te praten, 63,2 % meer boeken van buitenlandse schrijvers leest dan van Nederlandse en Vlaamse. Op de vraag van de minister waarom, antwoordden jongeren dat het buitenlandse aanbod hoger is en dat bijvoorbeeld het populaire genre 'fantasy' in de Nederlandstalige literatuur ontbreekt.

En denken ze in het hoger onderwijs les te kunnen volgen in een vreemde taal? 70 % ziet dat echt wel zitten. De minister stelde vast dat het in elk geval goed zit met het zelfvertrouwen van de Nederlandse en de Vlaamse jongeren.

Ook in Suriname waren 150 jongeren bij elkaar gekomen voor de slotdag van De Inktaap. Zij kregen enkel de tweede vraag voorgelegd. Een meerderheid van 71,79 % gaf te kennen meer boeken van anderstalige dan van Nederlandstalige schrijvers te lezen. Daarmee sluiten de jongeren uit Nederland, Vlaanderen en Suriname netjes op elkaar aan.

De Jongerenraad is de titel waaronder de Taalunie jongeren een stem wil geven in haar beleid. Dat doet ze onder meer door bij gelegenheden waar jongeren bij elkaar zijn, aandacht te vestigen op het belang van het Nederlands en jongeren naar hun mening te vragen.

De Nederlandse Taalunie is een beleidsorganisatie waarin Nederland, Vlaanderen en Suriname samenwerken op het gebied van de Nederlandse taal en letteren en het onderwijs in en van het Nederlands. De Taalunie ziet het als haar opdracht om ervoor te zorgen dat alle Nederlandssprekenden hun taal op een doeltreffende manier kunnen gebruiken. Meer informatie over de Taalunie is te vinden op www.taalunie.org.

Noot voor de redactie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ellen Fernhout + 31 6 468 31 643 of Kevin De Coninck + 31 6 468 31 637
Nederlandse Taalunie algemeen + 31 70 346 95 48.

Lire la suite
<< < 10 20 30 40 41 42 43 44 > >>