Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands

Pleidooi tegen meer verengelsing

26 Octobre 2010 , Rédigé par Les amis du néerlandais - Vrienden van het Nederlands Publié dans #taalbeleid

Pleidooi tegen meer verengelsing

Meer Engels in het Vlaamse hoger onderwijs zal leiden tot een verschraling van het Nederlands als onderwijstaal, vreest hoogleraar fysica Jos Devreese.

Recent besliste de Vlaamse regering om (met uitzondering van de kunstopleidingen) alle academische opleidingen van de hogescholen over te hevelen naar de universiteiten. Die gelegenheid wordt ook aangegrepen om het taalregime in het hoger onderwijs te versoepelen. Het Nederlands blijft dé onderwijstaal, maar de niet-taalopleidingen zullen ook meer in een andere taal mogen worden gegeven. Concreet: het Engels wordt dan de lingua franca.

Een decreet van 4 april 2003 laat al toe dat voor 10 procent van het programma van een bacheloropleiding (of 18 studiepunten) een andere taal wordt gebruikt. Ook voor een masteropleiding mag dat, als ze binnen dezelfde instelling of provincie ook in het Nederlands wordt aangeboden. De nieuwe regeling trekt het aandeel in een andere onderwijstaal voor een bacheloropleiding op tot 30 studiepunten, en eist nog steeds dat een anderstalige masteropleiding een Nederlandstalige equivalent krijgt, maar dan binnen Vlaanderen.

Dat studenten door deze regeling meer in het Engels les moeten volgen en blokken, stuit op kritiek van Vlaamse academici. Een van hen is Jos Devreese, fysicus en emeritus hoogleraar van de Universiteit Antwerpen en de Technische Universiteit Eindhoven. Hij is ook actief binnen het Verbond van Vlaamse Academici (VVA), maar is daarom niet principieel tegen het gebruik van een andere taal in het hoger onderwijs. 'Zeker niet', zegt Devreese. 'In mijn academische loopbaan heb talrijke internationale onderzoeksprojecten, verenigingen en congressen geleid. Voorts ben ik auteur of medeauteur van honderden wetenschappelijke artikels. Ik weet dus dat in mijn domein het Engels de werktaal is, ook al is het vaak gebroken Engels.'

Een sleutelwoord in de taalregeling van 2003 voor het hoger onderwijs is 'evenwicht'.

Jos Devreese: In de context van internationalisering en mondialisering heeft het decreet van 2003 een goede balans ge-creëerd tussen het principe van het Nederlands als onderwijstaal en het gebruik van andere talen in de opleidingen. Zo merk ik ook dat buitenlandse vorsers in onze onderzoeksgroepen eveneens voor contacten in het Engels zorgen met de studenten in de masteropleidingen. Mijn bezorgdheid is dat een soepeler regeling nadelig zal zijn voor de onderwijstaal Nederlands.

U geeft de voorkeur aan 'meer excellentie in plaats van meer Engels'?

Devreese: De output van ons hoger onderwijs bevestigt die stelling. Vlaamse doctorandi en afgestudeerden komen op internationale congressen en in onderzoeksgroepen in het buitenland na de alumni van Cambridge en Oxford het best uit hun woorden in het Engels. Ze kennen bovendien vaak nog andere talen.

Door het decreet van 2003 komen Vlaamse studenten nu al met het Engels in contact in de bachelor- en masteropleidingen, en dat is heel goed. Ook voor hun proefschriften moeten ze veel Engelstalige bronnen raadplegen. Maar om goede buitenlandse studenten aan te trekken, hoeft dit niet verder uitgebreid te worden. Specialisatie- of master-na-masteropleidingen in het Engels zijn veel geschikter. Ze sluiten aan bij onze wetenschappelijke excellentiecentra, en dragen bij tot een levendige internationale uitwisseling.

Belangrijk is ook de factor diversiteit. In de theoretische fysica, bijvoorbeeld, beschouw ik de afleidingen van de Franse school met Pierre-Simon Laplace en Joseph Louis Lagrange als poëzie. De Duitse school brengt meer doorwrochte bewijsvoeringen. Die veelheid van stijlen is vruchtbaarder voor de wetenschapsontwikkeling dan een beperking tot bijvoorbeeld enkel de Angelsaksische benadering.

Vooral de rectoren van de universiteiten hebben aangedrongen op meer Engels in de opleidingen. De Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) somt drie redenen op: de nood aan vakspecifieke kennis in sommige wetenschapsdomeinen, meer buitenlandse studie-ervaring voor Vlaamse studenten, en de internationale profilering van de Vlaamse universiteiten.

Devreese: Die valabele doelstellingen kunnen ook perfect worden bereikt met het decreet van 2003. En nogmaals: internationale uitstraling kan volgens mij vooral tot stand gebracht worden via specialisatieopleidingen. De aantrekkingskracht voor buitenlandse studenten hangt dan niet alleen af van de onderwijstaal, maar veel meer van de kwaliteit van die opleidingen en de daarmee geassocieerde excellentiecentra.

Op het niveau van de masteropleidingen zal meer Engels daar niet veel toe bijdragen. Uit eigen ervaring weet ik dat de gemiddelde buitenlandse student die zich voor een masterprogramma in Vlaanderen meldt, relatief zwak is en dat ook een opleiding in het Engels dat niet rechtzet. Elders ziet men dat anders. Aan de Technische Universiteit van Berlijn, bijvoorbeeld, wordt aan buitenlandse studenten voor een masteropleiding gevraagd dat ze minstens een passieve kennis van het Duits hebben.

De universiteitsrectoren stuurden erop aan een derde van de bacheloropleidingen in een andere taal te geven, en dat aandeel voor de masteropleidingen op te trekken naar 50 of 100 procent. Een meerderheid in het Vlaams Parlement en ook de Vlaamse regering heeft die ambities toch nog aanzienlijk teruggeschroefd?

Devreese: Desondanks vind ik dat die politieke consensus het evenwicht in het decreet van 2003 onnodig verstoort. Het grootste gevaar is dat de deur op een kier wordt gezet voor steeds meer en uitsluitend Engelstalige masteropleidingen, en dat we naar Nederlandse toestanden verglijden. Een cruciale vraag is of onze universiteiten worden gefinancierd om op de eerste plaats Vlaamse jongeren optimaal of te leiden, of om - ook minder uitmuntende - studenten uit het buitenland aan te trekken.

De geplande versoepeling zal volgens u vooral leiden tot een verschraling van het Nederlands als onderwijstaal?

Devreese: Ja. Als masteropleidingen in het Engels worden gegeven, zullen gespecialiseerde termen, concepten en knowhow in de eigen taal verloren gaan. Het loont dan ook steeds minder de moeite om Nederlandstalige handboeken te maken. Dat zal zich zelfs doorzetten tot op het niveau van het secundair onderwijs.

Denkt u dat Italië, Duitsland of Frankrijk in hun hoger onderwijs niet zullen vasthouden aan de eigen taal? Afstappen van de regeling van 2003 getuigt volgens mij van een Vlaams gebrek aan zelfrespect.

Minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) zegt dat alleen de relevantie voor een opleiding het gebruik van een andere taal kan motiveren. Voor Europees en internationaal recht, bijvoorbeeld, is het Engels aangewezen, maar niet voor wie hier advocaat aan de balie wil worden. Smet zegt dat het Vlaamse hoger onderwijs niet mag doorslaan zoals in Nederland.

Devreese: Ik hoor het hem graag zeggen, want ongeveer 90 procent van de afgestudeerden van de Vlaamse universiteiten en hogescholen heeft een loopbaan in Vlaanderen.

In Nederland verlopen naar schatting al 20 à 30 procent van alle hogere opleidingen in het Engels. In Vlaanderen is dat 2 à 3 procent, en in Frankrijk nog minder. Een taal kent veel subtiliteiten en nuances. Dat sijpelt door in het onderwijs. Opleidingen in een andere taal resulteren bijna altijd in kwaliteitsverlies op drie vlakken. Veel docenten beheersen het Engels zelf onvoldoende. Vlaamse studenten krijgen het moeilijker om de leerstof goed op te nemen. En zoals gezegd zijn te veel buitenlandse studenten die zich bij ons voor een masteropleiding inschrijven relatief zwak.

Frank Fleerackers, decaan van de rechtenfaculteit van de Hogeschool-Universiteit Brussel en VVA-voorzitter, waarschuwt dat achttienjarigen kunnen struikelen door een 'dubbele taalsprong': ze moeten het vakjargon van een opleiding leren en dat tegelijk in het Engels doen.

Devreese: Zijn bekommernis is heel terecht.

De versoepeling van het decreet van 2003 komt er net op een moment dat de N-VA deel uitmaakt van de Vlaamse regering. Betreurt u dat?

Devreese: Mijn kritische houding is louter cultureel geïnspireerd. Ze staat los politieke strekkingen of partijen.

Maar u vindt wel dat de Vlaamse regering op haar stappen moet terugkeren?

Devreese: Uit debatten met verantwoordelijken van het hoger onderwijs en de bedrijfswereld heb ik geleerd dat de standpunten niet zo ver uit elkaar liggen als het gaat over het belang van het Nederlands als onderwijstaal en van het evenwicht dat er moet zijn wanneer voor opleidingen ook een andere taal wordt gebruikt. Maar de voorgestelde versoepeling dreigt vooral een hefboom te worden voor een verregaande en moeilijk omkeerbare verengelsing van het Vlaamse hoger onderwijs. Daarom pleit ik voor het behoud van het decreet van 2003. Misschien vinden sommigen dat conservatief. Maar als iets goed is, moet je het niet veranderen.

DOOR PATRICK MARTENS

Bron : Knack, 25 augustus 2010.

Partager cet article

Repost 0

Commenter cet article